ECLI:NL:RBAMS:2024:3709
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens schending medewerkingsplicht
Verzoeker ontvangt sinds 2009 een bijstandsuitkering die op 20 maart 2024 is ingetrokken wegens het niet naleven van de medewerkingsplicht. Verzoeker werd meerdere keren uitgenodigd voor gesprekken en huisbezoeken, maar verscheen niet en reageerde onvoldoende op contactpogingen van verweerder.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker voldoende op de hoogte was van de uitnodigingen en de opschortingsbesluiten, mede doordat brieven persoonlijk zijn bezorgd. Hierdoor kon verweerder niet vaststellen of verzoeker recht heeft op bijstand.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd om de uitkering te hervatten, maar de voorzieningenrechter stelt dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. Het verzoek wordt daarom afgewezen, en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding of kwijtschelding van griffierecht.
De uitspraak is gedaan op 20 juni 2024 en bindt niet in een eventueel bodemgeding. Verzoeker kan tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet instellen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.