Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit Amsterdam, eiser
[bedrijf]uit Breukelen. De werkgever heeft te kennen gegeven alleen de uitspraak te willen ontvangen.
Rechtbank Amsterdam
Eiser vroeg een WIA-uitkering aan na het bereiken van het einde van zijn wachttijd, maar het UWV wees deze aanvraag af omdat hij volgens medische en arbeidskundige rapporten minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen dit besluit behandeld en beoordeeld of het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid op juiste gronden heeft vastgesteld.
De rechtbank concludeert dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige de beperkingen van eiser adequaat hebben vastgesteld. Hoewel eiser ernstige klachten en beperkingen ervaart, is er geen objectieve medische onderbouwing dat hij meer beperkt is dan vastgesteld. Er is geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen.
Ook de arbeidskundige beoordeling dat eiser in staat is de geselecteerde functies uit te oefenen, wordt door de rechtbank onderschreven. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.