ECLI:NL:RBAMS:2024:3834

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 juni 2024
Publicatiedatum
28 juni 2024
Zaaknummer
13/122966-24 (EAB III)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 11 OLWArt. 14 OLW
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens fraude

De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 juni 2024 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de District Court in Semily, Tsjechië, gericht op de overlevering van een persoon geboren in 1971 zonder vaste verblijfplaats in Nederland. De opgeëiste persoon werd in Panama aangehouden en vervolgens in Nederland voor verdere vervolging vastgehouden.

De raadsman voerde aan dat de overlevering moest worden geweigerd wegens schending van het specialiteitsbeginsel (artikel 14 OLW Pro) en het recht op een eerlijk proces (artikel 11 OLW Pro). De rechtbank oordeelde dat artikel 14 OLW Pro niet van toepassing is omdat er geen eerdere uitlevering aan Nederland had plaatsgevonden en dat er geen concrete aanwijzingen zijn voor een schending van het recht op een eerlijk proces in Tsjechië.

De strafbare feiten betreffen fraude, opgenomen in bijlage 1 van de Overleveringswet, waarvoor in Tsjechië een gevangenisstraf van ten minste drie jaar staat. De rechtbank concludeerde dat geen onderzoek naar dubbele strafbaarheid nodig is en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. De overlevering wordt daarom toegestaan.

De uitspraak is gedaan door de rechtbank Amsterdam op 26 juni 2024 en is onherroepelijk. De opgeëiste persoon zal worden overgeleverd aan Tsjechië voor de vervolging van de strafbare feiten zoals omschreven in het EAB.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Tsjechië toe voor de strafbare feiten zoals omschreven in het Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/122966-24 (EAB III)
Datum uitspraak: 26 juni 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 17 april 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 21 november 2023 door
the District Court in Semily(Tsjechië) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats] (voormalig Tsjecho-Slowakije),
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
nu gedetineerd in [penitentiaire inrichting] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 12 juni 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J. Woltring, advocaat in Haarlem en door een tolk in de Tsjechische taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Tsjechische nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
warrant to Detain a Person the District Court in Semily, Czech Republic, on 21 November 2023, reference 4 T 196/2020.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Tsjechisch recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Artikel 14 OLW Pro

Het standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd, omdat is gehandeld in strijd met het specialiteitsbeginsel zoals bedoeld in artikel 14 OLW Pro. De opgeëiste persoon is op verzoek van Tsjechië aangehouden in Panama en uitgeleverd voor de tenuitvoerlegging van een opgelegde vrijheidsstraf. Vervolgens is hij bij aankomst in Nederland ook aangehouden voor onder andere de vervolging voor de feiten zoals genoemd in dit EAB. De Tsjechische autoriteiten hebben voor deze verdere vervolging echter geen toestemming aan Panama gevraagd.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering kan worden toegestaan, omdat er geen sprake is van een weigeringsgrond.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt voorop dat artikel 14 OLW Pro (onder meer) ziet op het verzoek tot aanvullende toestemming voor doorbreking van de specialiteit en voor verderlevering aan een lidstaat van de Europese Unie in het geval de opgeëiste persoon eerder door Nederland is overgeleverd. Die situatie doet zich niet voor zodat artikel 14 OLW Pro niet van toepassing is. Er is ook geen sprake van een eerdere uitlevering of overlevering aan Nederland op grond van een Nederlands uitleveringsverzoek of EAB. De situatie dat Nederland toestemming moet vragen voor verderlevering is dus ook daarom niet aan de orde. De rechtbank verwerpt daarmee het verweer van de raadsman.

5.Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder het lijstfeit:
fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Gemeenschap worden geschaad zoals bedoeld in de Overeenkomst van 26 juli 1995 aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Tsjechië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

6.Weigeringsgrond van artikel 11 OLW Pro: recht op een eerlijk proces

Het standpunt van de raadsman

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat overlevering moet worden geweigerd, omdat de opgeëiste persoon geen eerlijk proces in Tsjechië zal krijgen. Op 25 februari 2014 is immers een officier van justitie veroordeeld voor bedreiging omdat hij de opgeëiste persoon heeft voorgehouden dat hij zijn vrijlating zou belemmeren als hij de beëindigde arbeidsrelatie met de vriendin van de stiefzoon van deze officier van justitie niet zou herstellen. De opgeëiste persoon vreest dat deze corrupte officier van justitie heeft bewerkstelligd dat onder andere het onderhavige EAB is uitgevaardigd.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering kan worden toegestaan, omdat er geen concrete aanwijzingen bestaan dat het recht op een eerlijk proces van de opgeëiste persoon na overlevering zal worden geschonden.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank begrijpt het verweer aldus dat volgens de raadsman op grond van artikel 11 OLW Pro aan het EAB geen gevolg zou moeten worden gegeven, omdat de opgeëiste persoon een reëel gevaar loopt dat zijn grondrecht op een eerlijk proces zal worden aangetast.
Voordat kan worden toegekomen aan een beoordeling van het individuele gevaar van een schending van genoemd grondrecht van de opgeëiste persoon, moet worden aangetoond dat er in Tsjechië een algemeen reëel gevaar bestaat op een dergelijke schending. [4] De raadsman heeft geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens overgelegd die daarop duiden. De enkele angst van de opgeëiste persoon voor een onrechtvaardige behandeling van zijn strafzaak is daarvoor onvoldoende. De rechtbank is ook ambtshalve niet bekend met dergelijke gegevens. Aan de vraag of sprake is van een individueel gevaar voor de opgeëiste persoon dat de door de raadsman genoemde rechten in Tsjechië zullen worden geschonden, komt de rechtbank dus niet toe. Het verweer wordt dan ook verworpen.

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the District Court in Semily(Tsjechië) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. R.A. Sipkens, voorzitter,
mrs. M. Wiewel en E. Biçer, rechters,
in tegenwoordigheid van L.E. Poel, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 juni 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie 25 juli 2018, C-216/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:586.