ECLI:NL:RBAMS:2024:3989
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beklag gegrond: teruggave inbeslaggenomen pomeriaanhonden wegens ontbreken strafvorderlijk belang
Op 28 maart 2024 zijn onder de klager meerdere pomeriaanhonden, waaronder puppies, in beslag genomen na een anonieme melding en onderzoek door een dierenwelzijnsorganisatie. Een deel van de honden is inmiddels teruggegeven. De klager voert aan altijd goed voor de honden te hebben gezorgd en betwist de verdenking van verwaarlozing.
Het Openbaar Ministerie verzet zich tegen teruggave omdat het strafvorderlijk belang zich daartegen zou verzetten, gezien een voorgenomen vordering tot verbeurdverklaring en vermoedens van slechte zorg en vervalste dierenpaspoorten. De rechtbank oordeelt echter dat uit medische verklaringen blijkt dat de meeste honden in goede conditie zijn en dat er onvoldoende bewijs is voor verwaarlozing.
Verder is het onderzoek nog niet voortvarend uitgevoerd, is de klager nog niet gehoord en is de beschuldiging niet nader geconcretiseerd. De rechtbank acht het daarom hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter de honden zal verbeurd verklaren en ziet geen strafvorderlijk belang bij het voortduren van het beslag.
De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave van de zeven volwassen honden en vier puppies aan de klager. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open voor zowel klager als het Openbaar Ministerie.
Uitkomst: De rechtbank gelast teruggave van de inbeslaggenomen pomeriaanhonden aan de klager wegens ontbreken strafvorderlijk belang.