Eiser parkeerde zijn voertuig op een gehandicaptenparkeerplaats zonder vergunning, wat in strijd is met artikel 24, eerste lid, sub g, van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, liet het voertuig wegslepen en verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond.
De rechtbank beoordeelde of het wegslepen redelijk was. Gezien de overtreding en het feit dat eiser niet ter plaatse was om het voertuig zelf te verwijderen, oordeelde de rechtbank dat het bestuursorgaan bevoegd en gerechtvaardigd was bestuursdwang toe te passen. De aanwezigheid van de vergunninghouder die wachtte versterkte de noodzaak.
Daarnaast stelde eiser dat hij verweerder op 6 januari 2023 in gebreke had gesteld vanwege uitblijven van een beslissing en dat een dwangsom verschuldigd was. De rechtbank oordeelde dat verweerder de zaak op correcte wijze had verdaagd door een e-mail op 15 december 2022 te sturen naar het juiste e-mailadres van eiser, waardoor de ingebrekestelling prematuur was en geen dwangsom verschuldigd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, eiser kreeg geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding toegekend.