ECLI:NL:RBAMS:2024:4006
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring voor alleenstaande co-ouder ondanks psychische problematiek
Eiser, een alleenstaande man die samen met zijn ex-vrouw co-ouderschap heeft over hun dochter, vroeg een urgentieverklaring aan vanwege zijn psychische problematiek en onhoudbare woonsituatie. Het college wees deze aanvraag af op grond van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (Hvv), omdat eiser als alleenstaande wordt aangemerkt en zijn dochter haar hoofdverblijf elders heeft.
De rechtbank oordeelde eerder dat het GGD-advies onzorgvuldig was en dat onvoldoende rekening was gehouden met de hardheidsclausule. Na herbeoordeling handhaafde het college de afwijzing, waarbij het nieuwe GGD-advies geen aanleiding gaf tot een andere beslissing. Eiser stelde dat zijn medische situatie onvoldoende was meegewogen en dat het advies te algemeen was.
De rechtbank stelde vast dat eiser pas sinds begin 2024 onder behandeling is bij een GGZ-instelling en geen medische verklaring had overlegd die zijn problematiek en relatie tot huisvestingsproblemen onderbouwt. Hierdoor voldeed hij niet aan de criteria voor medische urgentie. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat de dochter onderdak heeft bij haar moeder en de situatie niet als schrijnend werd beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is, het college terecht de weigeringsgronden toepaste en dat eiser een nieuwe aanvraag kan indienen als de omstandigheden veranderen. Het griffierecht wordt niet teruggegeven en proceskosten worden niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.