ECLI:NL:RBAMS:2024:4008
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. D. Arnold
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende acuut vertrek ondanks bedreiging
Eiser, een 28-jarige alleenstaande man die eerder bij zijn ouders woonde, deed een aanvraag voor een urgentieverklaring vanwege ernstige bedreiging en een poging tot liquidatie bij zijn ouderlijk huis. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag af omdat een andere woonruimte het huisvestingsprobleem onvoldoende oplost en verhuizen binnen Amsterdam het dreigingsgevaar niet wegneemt.
De rechtbank bevestigt deze afwijzing. Uit de Basisregistratie Personen blijkt dat eiser sinds 2017 niet meer bij zijn ouders woont en sinds 2018 dakloos is met een postadres. Hij heeft zijn hoofdverblijf dus niet acuut hoeven verlaten als gevolg van geweld, wat een vereiste is voor urgentie op grond van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020.
Eiser voerde ook een beroep op de hardheidsclausule vanwege zijn schrijnende situatie, maar de rechtbank oordeelt dat deze clausule terughoudend wordt toegepast en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd waarom hij hiervan zou moeten profiteren. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiser geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.