ECLI:NL:RBAMS:2024:4097

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 juli 2024
Publicatiedatum
10 juli 2024
Zaaknummer
13/141686-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 23 OLW
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Nederlandse vrouw aan Spanje wegens poging moord Spaanse politicus

De rechtbank Amsterdam behandelde het Europees aanhoudingsbevel (EAB) van Spanje gericht op de overlevering van een Nederlandse vrouw die wordt verdacht van betrokkenheid bij een poging tot moord op een Spaanse politicus. De zitting vond plaats op 26 juni 2024, waarbij de verdachte aanwezig was en bijgestaan werd door haar raadsman. Er werd geen verweer gevoerd tegen het EAB.

De rechtbank stelde vast dat het EAB voldoet aan de formele eisen van de Overleveringswet (OLW) en dat de strafbare feiten, waaronder terrorisme en poging tot moord, als lijstfeiten zijn aangemerkt die een minimale straf van drie jaar gevangenisstraf met zich meebrengen. Hierdoor is een onderzoek naar dubbele strafbaarheid niet noodzakelijk.

Vanwege de Nederlandse nationaliteit en de sterke sociale banden met Nederland, werd een terugkeergarantie verstrekt door de Spaanse autoriteiten, zodat de verdachte na een eventuele veroordeling haar straf in Nederland kan ondergaan. De rechtbank concludeerde dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn en stond de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Spanje toe met een terugkeergarantie voor strafuitvoering in Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/141686-24
Datum uitspraak: 10 juli 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 29 april 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 22 april 2024 door
the Central Court of Investigation No. 5te Madrid (Spanje, hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
gedetineerd in de [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 26 juni 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsman, mr. M.F.M. Geeratz, advocaat in Venlo.
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het EAB voldoet aan de eisen en verder geen verweer gevoerd. De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de verzochte overlevering toelaatbaar is.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van 22 april 2024. Uit aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit bij brief van 23 mei 2024 blijkt dat dit aanhoudingsbevel is uitgevaardigd door de instantie die ook het EAB heeft uitgevaardigd.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Spaans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder nummers 2 en 14, te weten:
  • terrorisme;
  • moord en doodslag, zware mishandeling.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Spanje een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon daarnaast zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van sociale re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Haar overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft bij beschikking van 31 mei 2024 de volgende garantie gegeven:
“GELAST IK, de Nederlandse autoriteiten te garanderen dat, in het geval de Nederlandse staatsburger [opgeëiste persoon] wordt berecht en veroordeeld wegens deze zaak, zij naar dat land zal worden teruggezonden voor de tenuitvoerlegging van de straf of maatregel die haar mogelijk wordt opgelegd, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 44 van Pro Wet 23/14 van 20 november, aangaande de wederzijdse erkenning van strafrechtelijke beslissingen in de Europese Unie.”
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Central Court of Investigation No. 5te Madrid (Spanje) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. R.A. Sipkens, voorzitter,
mrs. A.J.R.M. Vermolen en M.C. Danel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 10 juli 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.