Op 11 september 2021 is de erflaatster overleden. Haar drie kinderen, eiser en gedaagden, zijn haar wettelijke erfgenamen. De nalatenschap omvat onder meer een banksaldo en vorderingen op gedaagde 1 wegens een geldlening en vermeende onrechtmatige pinopnames.
Eiser vordert dat de nalatenschap wordt verdeeld, dat gedaagde 1 een geldlening van €6.000,- terugbetaalt en dat gedaagde 1 en 2 medewerking verlenen aan de verdeling en opheffing van bankrekeningen. Gedaagde 1 erkent een lening van circa €5.000,- maar stelt dat een deel is verrekend en een deel kwijtgescholden. De rechtbank oordeelt dat gedaagde 1 onvoldoende bewijs levert voor haar verweer en veroordeelt haar tot betaling van €5.000,-.
Eiser vermoedt dat gedaagde 1 zonder toestemming grote pinopnames heeft gedaan, maar dit is niet bewezen. De rechtbank gaat ervan uit dat erflaatster handelingsbekwaam was en de opnames zelf heeft gewild. De vordering van €63.780,- wegens pinopnames wordt afgewezen.
De nalatenschap wordt gelijk verdeeld over de drie erfgenamen. De rechtbank beveelt medewerking aan de verdeling en opheffing van bankrekeningen en compenseert de proceskosten tussen partijen, zodat ieder zijn eigen kosten draagt.