Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage I, die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Geldigheid van de dagvaarding: voor wat betreft feit 2 gedeeltelijk nietig
en/of een of meer tot op heden onbekend gebleven hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende een of meer middelen van lijst I”.De rechtbank stelt vast dat in dit deel van de tenlastelegging onvoldoende feitelijk is omschreven wat ten aanzien van de verdachte concreet moet worden onderzocht. Het is de rechtbank niet duidelijk op welke verdovende middelen behorende op lijst I van de Opiumwet dit deel van de tenlastelegging ziet. Ook in samenhang bezien met de inhoud van het procesdossier is dit niet herleidbaar. Daarmee voldoet dit deel van tenlastelegging niet aan de eisen die artikel 261 Sv Pro aan de dagvaarding stelt.
4.Waardering van het bewijs
In de woning [adres] ligt een partij zeer zwaar vuurwerk, onder andere van het type Cobra, opgeslagen. Dit type vuurwerk kan worden gebruikt voor het vervaardigen van explosieven.”.
Uit onderzoek is voorts gebleken: De bewoner van de voornoemde woning is genaamd [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] (conform politieadministratie/BRP)”.
“Nog iets nodig”.
“Van bestemd voor particulier gebruik als bedoeld in het eerste lid is in ieder geval sprake indien: (…) b. het te koop wordt aangeboden of ter beschikking wordt gesteld aan, gekocht of besteld door een particulier”.
“Nog iets nodig”zo worden begrepen dat er vuurwerk is aangeboden aan [naam 1] . Het enkele aanbieden van vuurwerk aan een ander betekent echter, gelet op voormelde uitleg, niet dat die ander (in dit geval [naam 1] ) ook het vuurwerk tot zijn/haar beschikking heeft en kan gebruiken. Dit betekent dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte op 11 december 2023 vuurwerk ter beschikking heeft gesteld aan een ander. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van dit onderdeel van de tenlastelegging.
5.Bewezenverklaring
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
36 (zesendertig) maanden.
6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
2 (twee) jarenvast.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
- 1 wapenkoffer (goednummer: 6439107);
- 2 stuks wapentransportdozen (goednummer: 6439111);
- 5 koffers (goednummers: 6450619, 6450615, 6450614, 6450613, 6450612);
- 1 GSM (goednummer: 6439051);
- 4 dozen (goednummers: 6450611, 6450609, 6450607, 6450606).
- 134 kilogram vuurwerk (goednummer: 6439191);
- 1 stuk Cobra vuurwerk (goednummer: 6439168);
- 1 Blow pistool (goednummer: 6439102);
- 1 Blow pistool (goednummer: 6439108);
- 1 Wellier & Bellot patroon (goednummer: 6439117);
- 1 patroon (goednummer: 6439119);
- 1 patroon (goednummer: 6439104);
- 1 stuk verdovende middelen (goednummer: 6439061);
- 49 stuks verdovende middelen (goednummer: 6439058);
- 4 stuks verdovende middelen (goednummers: 6439056, 6439055, 6439052, 6439048);
- 1 zak verdovende middelen (omschrijving: 2023287458, oranje, geen goednummer bekend);
- 1 fles verdovende middelen (goednummer: 6439044).