De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 juni 2025 het verzoek tot inwilliging van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Italië tegen een Tunesische opgeëiste persoon zonder vaste woonplaats in Nederland. Het EAB betreft een definitief vonnis tot een gevangenisstraf van twee jaar, onderdeel van een totale resterende straf van meer dan zes jaar.
De rechtbank stelde vast dat het strafbare feit valt onder de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet, waardoor een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege kan blijven. De opgeëiste persoon was in de eerdere procedures vertegenwoordigd door een advocaat en was zelf aanwezig bij het hoger beroep, dat het vonnis bevestigde. Cassatieberoep werd verworpen, waardoor het vonnis onherroepelijk is.
De verdediging stelde dat de informatie verwarrend is en dat vertaling van de Italiaanse bijlagen noodzakelijk is voor een zorgvuldige beoordeling van het verdedigingsrecht. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van vertalingen een schending van het verdedigingsrecht kan betekenen en besloot het onderzoek te heropenen en te schorsen totdat de vertalingen beschikbaar zijn.
De rechtbank beveelt tevens de oproeping van de opgeëiste persoon en een tolk in de Arabisch-Tunesische taal, met een uiterste termijn voor de beslissing op 3 augustus 2024. Tegen deze tussentijdse uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.