ECLI:NL:RBAMS:2024:4126

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 juli 2024
Publicatiedatum
10 juli 2024
Zaaknummer
13/151012-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLWArt. 29 OLWKaderbesluit 2002/584/JBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening en schorsing onderzoek Europees aanhoudingsbevel wegens ontbrekende vertaling

De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 juni 2025 het verzoek tot inwilliging van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Italië tegen een Tunesische opgeëiste persoon zonder vaste woonplaats in Nederland. Het EAB betreft een definitief vonnis tot een gevangenisstraf van twee jaar, onderdeel van een totale resterende straf van meer dan zes jaar.

De rechtbank stelde vast dat het strafbare feit valt onder de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet, waardoor een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege kan blijven. De opgeëiste persoon was in de eerdere procedures vertegenwoordigd door een advocaat en was zelf aanwezig bij het hoger beroep, dat het vonnis bevestigde. Cassatieberoep werd verworpen, waardoor het vonnis onherroepelijk is.

De verdediging stelde dat de informatie verwarrend is en dat vertaling van de Italiaanse bijlagen noodzakelijk is voor een zorgvuldige beoordeling van het verdedigingsrecht. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van vertalingen een schending van het verdedigingsrecht kan betekenen en besloot het onderzoek te heropenen en te schorsen totdat de vertalingen beschikbaar zijn.

De rechtbank beveelt tevens de oproeping van de opgeëiste persoon en een tolk in de Arabisch-Tunesische taal, met een uiterste termijn voor de beslissing op 3 augustus 2024. Tegen deze tussentijdse uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het onderzoek naar het Europees aanhoudingsbevel wordt heropend en geschorst in afwachting van vertaling van cruciale bijlagen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/151012-24 (EAB2)
Datum uitspraak: 9 juli 2024
TUSSEN-
UITSPRAAK
op de vordering van 6 mei 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 19 april 2023 door
Procura Generale Della Republica Presso la Corte D’appello di Venezia(Italië) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Tunesië) op [geboortedag] 1993,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [naam PI] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 25 juni 2025, in aanwezigheid van mr. M. al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. Z. Boufadiss, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Arabisch-Tunesische taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Tunesische nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis van 11 juli 2019 van de alleensprekende rechter van Padua, definitief op 8 februari 2022, referentienummer 1676/19 Reg. Vonnis.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. [3]
Het Openbaar Ministerie bij het Hof van Beroep van Venetië heeft op 15 oktober 2022 een voorziening voor gelijktijdige strafuitvoering uitgevaardigd (nr. SIEP 335/2022). Hierin worden openstaande vrijheidsstraffen, waaronder de hiervoor vermelde, samengevoegd (er zijn nog twee andere, gelijktijdig behandelde, EAB’s). De totale resterende vrijheidsstraf bedraagt 6 jaar, 2 maanden en 16 dagen.

4.Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. Het feit valt op deze lijst onder nummer 23, te weten:
vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten; vervalsing van betaalmiddelen.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Italië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis Pro, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW Pro, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. [4]
In het EAB is vermeld dat de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen op het proces dat heeft geleid tot de beslissing, maar op de hoogte was van de vastgestelde datum en een advocaat heeft gemachtigd zijn verdediging te voeren en op het proces ook werkelijk door die advocaat is verdedigd.
In het EAB is tevens vermeld dat het vonnis onherroepelijk is geworden op 8 februari 2022, ruim 30 maanden na de vonnisdatum. Dit was aanleiding voor de officier van justitie om aanvullende vragen te laten stellen. Gevraagd is of de zaak na 11 juli 2019 door een andere instantie opnieuw ten gronde is behandeld.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft bij brief van 20 juni 2024 meegedeeld dat de gekozen raadsman van de opgeëiste persoon hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van 11 juli 2019. Bij arrest van 19 oktober 2020 heeft de Corte d’Appello Venetië het vonnis bevestigd. De opgeëiste persoon was aanwezig bij die procedure. De advocaat heeft tegen dit arrest beroep in cassatie ingesteld, hetgeen op 8 februari 2022 is verworpen door de Corte Suprema di Cassazione. Bij deze informatie zitten bijlagen in de Italiaanse taal, die tot op heden onvertaald zijn gebleven.
De raadsvrouw van de opgeëiste persoon heeft gesteld dat de informatie verwarrend is en dat aanvullende informatie aan de uitvaardigende justitiële autoriteit moet worden gevraagd.
De officier van justitie acht nadere informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit niet noodzakelijk. De informatie is helder en er kan, gelet op het vertrouwensbeginsel, van die informatie worden uitgegaan. Zij heeft wel aangegeven dat nog moet worden bezien of de bijlagen nog een vertaling behoeven.
De rechtbank is van oordeel dat, voor een zorgvuldige beoordeling of de opgeëiste persoon het verdedigingsrecht heeft kunnen uitoefenen, een vertaling van de aan de rechtbank gezonden bijlagen noodzakelijk is. Zij zal daarom het onderzoek heropenen en schorsen, teneinde de officier van justitie alsnog te laten zorgen voor die vertaling.

6.Beslissing

HEROPENTen
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd in afwachting van een vertaling van de onder 5 genoemde bijlagen.
BEVEELTde oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen dag en tijdstip, uiterlijk 19 juli 2024 in verband met het verstrijken van de verlengde beslistermijn op 3 augustus 2024, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsvrouw van de opgeëiste persoon.
BEVEELTde oproeping van een tolk in de Arabisch-Tunesische taal tegen de nader te bepalen datum en tijdstip.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. A.K. Glerum en A. Pahladsingh, rechters,
in tegenwoordigheid van R. Rog, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 9 juli 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (