Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
(81-177877-21) en [medeverdachte 2] (81-177899-21) gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld. De rechtbank doet in alle drie de zaken tegelijk uitspraak.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van feitelijk leiding geven aan een rechtspersoon die zonder asbestinventarisatierapport een schip sloopte waarin asbest aanwezig was.
De feiten betroffen de sloop van het schip UK-22 in maart 2020, waarbij werd vastgesteld dat geen asbestinventarisatierapport aanwezig was en dat asbesthoudende materialen werden aangetroffen. Verdachte was bestuurder en enig aandeelhouder van de eigenaar van het schip.
Het Openbaar Ministerie stelde dat verdachte als professionele marktdeelnemer had moeten weten dat asbest aanwezig kon zijn, gezien de bouwdatum van het schip in 1986. De verdediging betoogde dat verdachte niet hoefde te vermoeden dat asbest aanwezig was vanwege een volledige renovatie in 2006 en dat verdachte geen professionele partij is op dit gebied.
De rechtbank oordeelde dat vanwege de renovatie in 2006 verdachte niet redelijkerwijs had hoeven te verwachten dat asbest aanwezig was en sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat hij niet redelijkerwijs hoefde te verwachten dat zich asbest in het schip bevond.