ECLI:NL:RBAMS:2024:4149
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak rechtspersoon wegens ontbreken opzet asbestinventarisatierapport bij sloop schip
De rechtbank Amsterdam heeft op 11 juli 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen een rechtspersoon die werd verdacht van het (opzettelijk) niet beschikken over een asbestinventarisatierapport tijdens de sloop van het schip UK-22 in maart 2020.
De zaak draaide om de vraag of verdachte wist of redelijkerwijs kon weten dat zich asbest in het schip bevond. Het Openbaar Ministerie stelde dat verdachte als professionele marktdeelnemer had moeten weten dat oudere schepen vaak asbest bevatten en dat voorafgaand aan de sloop een asbestinventarisatierapport verplicht was. De verdediging betoogde dat verdachte het schip pas in 2016 had gekocht en dat het schip in 2006 een volledige renovatie had ondergaan, waardoor het niet redelijk was te verwachten dat er nog asbest aanwezig was.
De rechtbank oordeelde dat op grond van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 een asbestinventarisatie verplicht is indien redelijkerwijs te verwachten is dat asbest aanwezig is. Gezien de renovatie in 2006 was het niet redelijk om te verwachten dat er nog asbest in het schip zat. Daarom werd het ten laste gelegde niet bewezen verklaard en verdachte vrijgesproken.
De uitspraak werd gedaan door mr. A.H.E. van der Pol, voorzitter, en mrs. A. Eichperger en E.J. Weller, rechters, na behandeling van de zaak op 27 juni 2024.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet redelijkerwijs verwacht hoefde te worden dat zich nog asbest in het schip bevond.