De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van kinderopvangtoeslagfraude en het opzettelijk gebruik van valselijk opgemaakte stukken. Verdachte diende namens cliënten onjuiste aanvragen in voor kinderopvangtoeslag, waarbij valse facturen en een jaaropgave werden gebruikt om de Belastingdienst te misleiden. De fraude betrof met name de toeslagaanvraag voor een kind dat in de betreffende periode niet daadwerkelijk gebruikmaakte van de opvang.
De rechtbank sprak verdachte vrij van onderdelen van de tenlastelegging die betrekking hadden op andere kinderen waarvoor onvoldoende bewijs was dat verdachte bewust onjuiste informatie had verstrekt. De bewezenverklaring richtte zich op het medeplegen van oplichting en valsheid in geschrifte ten aanzien van één kind, waarbij verdachte en een mededader bewust valse documenten opstelden en indienen.
Hoewel de ernst van de feiten een gevangenisstraf zou rechtvaardigen, werd vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van vijf jaar en negen maanden een voorwaardelijke taakstraf van 40 uur met een proeftijd van één jaar opgelegd. De rechtbank hield rekening met het strafblad van verdachte en de LOVS-oriëntatiepunten voor fraude met een benadelingsbedrag tot € 10.000.
De zaak illustreert de problematiek rond toeslagenfraude en de impact van langdurige procedures op strafoplegging. De rechtbank benadrukte dat verdachte strafbaar is en veroordeelde hem conform de bewezenverklaring.