De Vereniging van Eigenaars (VvE) vordert betaling van achterstallige bijdragen van een lid, gedaagde, na besluiten genomen tijdens algemene ledenvergaderingen waarop gedaagde niet aanwezig was. Gedaagde betwist de geldigheid van de vergaderingen en de daarop genomen besluiten en stelt dat de oproeping onjuist was en dat zij niet gehouden is tot betaling.
De kantonrechter stelt vast dat de oproeping voor de vergaderingen correct is geschied conform het splitsingsreglement, met tijdige uitnodigingen per brief, e-mail en sms, inclusief agenda en plaats. De besluiten zijn genomen tijdens een tweede vergadering, waarvoor de oproeping ook aan de vereisten voldeed. Het beroep op nietigheid van de besluiten wordt afgewezen vanwege overschrijding van de termijn voor vernietiging en het ontbreken van gegronde redenen.
Verder oordeelt de kantonrechter dat het besluit tot aanzuivering van het reservefonds geldig is, ook al is er geen begroting over de jaren 2015-2022 in de splitsingsakte opgenomen. Het dak behoort tot het gemeenschappelijk gedeelte, waardoor alle leden, inclusief gedaagde, moeten bijdragen aan het onderhoud. De door gedaagde aangevoerde argumenten over gebruik zonder vergunning en gebrek aan toegang tot het dak leiden niet tot vernietiging van het besluit.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van de hoofdsom van €13.560,00, buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw van €1.101,83, wettelijke rente over €12.525,00 vanaf 27 mei 2023, en proceskosten van €2.488,56. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.