8.3.Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een diefstal, voorafgegaan en gevolgd door (bedreiging met) geweld. Dit is een ernstig feit, waarbij verdachte een onaanvaardbare inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke en fysieke integriteit van twee slachtoffers. Een feit als het onderhavige zorgt bovendien voor maatschappelijke onrust en algemene gevoelens van onveiligheid.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft ook acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 20 juni 2023. Daaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor geweldsdelicten. Bovendien liep verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde feit in een proeftijd.
Verdachte was ten tijde van het plegen van het feit sterk verminderd toerekeningsvatbaar, zoals in rubriek 7.3. geconcludeerd. Deze omstandigheid weegt de rechtbank, in het voordeel van verdachte, mee bij het bepalen van de duur van de straf.
Gelet op hetgeen uit het verhandelde ter zitting is de rechtbank van oordeel dat verdachte de noodzakelijke zorg en behandeling moet krijgen om onder andere het recidiverisico terug te dringen. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld binnen welk kader deze zorg het beste kan worden gerealiseerd.
Naast de hiervoor in rubriek 7.3 aangehaalde Pro Justitia rapportages, heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 17 juli 2023, opgemaakt door [reclasseringsmedewerker] . Dit rapport houdt – kort samengevat – onder meer het volgende in. De reclassering heeft zich gebogen over de haalbaarheid en wenselijkheid van een tbs-maatregel met voorwaarden. Voor een dergelijk strafrechtelijk kader moet sprake zijn van bereidheid tot medewerking, hetgeen bij verdachte ontbreekt. Daarnaast lijkt bij verdachte geen sprake te zijn van ziekte-inzicht of probleembesef. Volgens de reclassering is vooral een langdurig kader passend bij de problematiek van verdachte. Hierbij is met name van belang dat verdachte langere tijd medicatietrouw is. Het risico van een zorgmachtiging is dat er geen jarenlange continuïteit in zorg plaatsvindt in het geval de zorgmachtiging niet wordt verlengd. Concluderend adviseert de reclassering gematigd positief over de oplegging van een tbs-maatregel met voorwaarden.
Op de terechtzitting van 24 augustus 2023 is reclasseringswerker [reclasseringsmedewerker] tevens als deskundige gehoord. Zij heeft de inhoud van het reclasseringsadvies bevestigd. Desgevraagd heeft zij toegelicht dat in opdracht van het Openbaar Ministerie specifiek de mogelijkheid van een tbs-maatregel met voorwaarden is onderzocht. Zij kan verder niets zeggen over de haalbaarheid dan wel wenselijkheid van een zorgmachtiging.
De rechtbank heeft daarnaast psychiater E.P.K. Sikkens, die de medische verklaring voor het verzoekschrift van de zorgmachtiging heeft opgesteld, telefonisch als deskundige gehoord. Hij heeft laten weten dat verdachte reeds is aangemeld voor een traject bij de forensisch psychiatrische kliniek (FPK) Inforsa, en dat verdachte daar naar verwachting over enkele weken geplaatst kan worden. Desgevraagd heeft hij toegelicht waarom hij opname middels een zorgmachtiging geïndiceerd en kansrijk acht. Ten tijde van het bewezen verklaarde was verdachte reeds in het kader van een zorgmachtiging in ambulante behandeling bij het AMC. Daar vond echter onvoldoende controle plaats, terwijl verdachte gebaat is bij een behandeling in een gesloten klinische setting met structuur, toezicht en beveiliging. Binnen een FPK wordt daarentegen extra aandacht besteed aan onder andere delictscenario en terugvalpreventie. Bovendien kan middels een zorgmachtiging worden ingegrepen als verdachte niet medicatietrouw blijkt. Vanuit een FPK kan middels fasering langzaam worden toegewerkt naar een aansluitende ambulante behandeling.
Gelet op de verklaringen van de deskundigen heeft de rechtbank de overtuiging dat het verlenen van een zorgmachtiging voldoende is om verdachte te behandelen en de maatschappij te beveiligen. Door de deskundige is duidelijk aangegeven waarom het verlenen van een zorgmachtiging deze keer, binnen een forensische setting, wel kan slagen. Dat verdachte nu medicatietrouw is, is ook een belangrijke factor. Naar verwachting gaat daarvan al een recidiveverlagend effect uit. Een zorgmachtiging biedt voldoende mogelijkheden om in te grijpen als verdachte toch medicatie weigert.
Bij het bepalen van (de duur van) de op te leggen straf, heeft de rechtbank ook rekening gehouden met de omstandigheid dat aan verdachte in de zaak met rekestnummer 23/5382, die tegelijkertijd met deze strafzaak is behandeld, een zorgmachtiging op grond van artikel 2.3, eerste lid, Wet forensische zorg voor de duur van zes maanden is verleend.
Conclusie
De rechtbank is van oordeel dat met geen andere straf kan worden volstaan dan een straf die vrijheidsbeneming met zich brengt. Alles afwegende vindt de rechtbank een gevangenisstraf gelijk aan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht passend en geboden. Het is in het belang van verdachte en de samenleving dat zijn onderliggende problematiek voortvarend wordt aangepakt.
De rechtbank zal een gevangenisstraf voor de duur van 382 dagen opleggen, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
De rechtbank is het met de officier van justitie eens dat het van belang is om de straf te laten aansluiten op de verplichte zorg die verdachte zal ondergaan in het kader van de verleende zorgmachtiging. De rechtbank zal de voorlopige hechtenis opheffen met ingang van de dag dat de tijd door verdachte in voorarrest doorgebracht gelijk wordt gesteld aan de aan hem opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank acht het daarbij van groot belang dat verdachte vanuit detentie wordt overgebracht naar een kliniek, zodat er naadloze overgang naar de forensische zorg tot stand komt.
Omdat de zorgmachtiging bij voorraad uitvoerbaar is, zal verdachte in afwachting van plaatsing in een kliniek gedetineerd blijven in [justitiële jeugdinrichting] in [plaats] op grond van artikel 9, tweede lid, sub h, van de Penitentiaire beginselenwet.