ECLI:NL:RBAMS:2024:4282

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 juni 2024
Publicatiedatum
16 juli 2024
Zaaknummer
13/070360-24 (EAB II)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 12 OLWArt. 22 OLW
Verwijzingen
10 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks bezwaar artikel 12 OLW

De rechtbank Amsterdam behandelde op 18 juni 2024 het verzoek tot overlevering van een persoon aan Hongarije op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Miskolc Regional Court. De opgeëiste persoon werd verdacht van strafbare feiten waarvoor hij in eerste aanleg is veroordeeld.

Tijdens de procedure stelde de raadsman dat overlevering moest worden geweigerd op grond van artikel 12 Overleveringswet Pro (OLW), omdat het hoger beroep niet correct zou zijn verlopen en de opgeëiste persoon niet in persoon was verschenen bij het hoger beroep. De officier van justitie betoogde dat het hoger beroep zich beperkte tot de strafmaat en dat de opgeëiste persoon dit zelf had aangevraagd, waardoor zijn verdedigingsrechten niet waren geschonden.

De rechtbank oordeelde dat hoewel het arrest in hoger beroep zonder persoonlijke verschijning van de opgeëiste persoon was gewezen, dit niet leidde tot een weigering van overlevering omdat het hoger beroep uitsluitend over de strafmaat ging. De opgeëiste persoon was geïnformeerd over de mogelijkheid tot een zitting maar had hier geen gebruik van gemaakt. Bovendien was het zijn verantwoordelijkheid om bereikbaar te zijn voor correspondentie. De rechtbank wees het bezwaar af en stond de overlevering toe.

Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk. De beslissing is genomen door de voorzitter en twee rechters van de internationale rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Hongarije toe ondanks bezwaar op grond van artikel 12 Overleveringswet.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/070360-24 (EAB II)
Datum uitspraak: 18 juni 2024 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 19 maart 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 17 juli 2023 door
Miskolc Regional Court, Penitentiary Section,Hongarije (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] 1995,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieadres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting 30 april 2024
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 30 april 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.W. Ebbink, advocaat te Haarlem en door een tolk in de Hongaarse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tussenuitspraak 14 mei 2024
De rechtbank heeft op 14 mei 2024 een tussenuitspraak gewezen. [3] Daarin is het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst, om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om vragen te stellen aan de Hongaarse autoriteiten met betrekking tot artikel 12 OLW Pro.
Zitting 4 juni 2024
De rechtbank heeft het onderzoek op 4 juni 2024 – met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling – hervat in de stand waarin het onderzoek zich bevond op het moment van de schorsing op 30 april 2024. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.W. Ebbink, advocaat te Haarlem en door een tolk in de Hongaarse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Hongaarse nationaliteit heeft.

3.Tussenuitspraak 14 mei 2024

De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 14 mei 2024. [4] Hierin heeft de rechtbank de grondslag van het EAB, de inhoud van het EAB en de strafbaarheid van de feiten al beoordeeld. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.

5.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

Het standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd, omdat het EAB niet genoegzaam is. In de aanvullende informatie van 22 mei 2024 is geen toereikend antwoord gegeven op de vragen die zijn gesteld. Daarnaast staat in de aanvullende informatie dat de opgeëiste persoon in hoger beroep is gegaan, terwijl de opgeëiste persoon heeft aangegeven dat dit niet het geval is en dat hij ook niet is opgeroepen voor deze zitting.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering kan worden toegestaan. De procedure in hoger beroep valt onder de reikwijdte van artikel 12 OLW Pro. Uit de aanvullende informatie van 22 mei 2024 blijkt dat de opgeëiste persoon zelf hoger beroep heeft ingesteld, waardoor de opgeëiste persoon niet in zijn verdedigingsrechten is geschaad.
Het oordeel van de rechtbank
Uit het EAB en de aanvullend door de Hongaarse autoriteiten verstrekte informatie blijkt dat op 27 april 2022 door
the Miskolc District Courteen vonnis in eerste aanleg is gewezen, waarbij over de schuld en straf van de opgeëiste persoon is geoordeeld. De opgeëiste persoon heeft hoger beroep ingesteld dat zich heeft beperkt tot de hoogte van de opgelegde straf. In hoger beroep is de schuld van de opgeëiste persoon niet besproken.
Als de strafprocedure meer instanties heeft omvat en tot opeenvolgende beslissingen heeft geleid, kan de laatste van die beslissingen – in dit geval het arrest in hoger beroep van14 september 2022 – relevant zijn voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 12 OLW Pro. Dat is het geval als bij die laatste beslissing definitief uitspraak is gedaan over de schuld van de betrokkene en aan hem een straf is opgelegd, nadat de zaak in feite en in rechte ten gronde is behandeld. [5]
Nu uit de verstrekte informatie naar voren komt dat het in hoger beroep niet is gegaan over de mate van schuld van de opgeëiste persoon maar wel over de aan hem opgelegde strafmaat, zal de rechtbank zowel het vonnis van
the Miskolc District Courtals het arrest van
the Miskolc Regional Courttoetsen aan artikel 12 OLW Pro.
Vonnis vanthe Miskolc District Courtvan 27 april 2022 (22.B.2893/2020/62)
In het EAB en in de aanvullende informatie van de Hongaarse autoriteiten staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing in eerste aanleg van
the Miskolc District Courtheeft geleid.
Arrest vanthe Miskolc Regional Courtvan 14 september 2022 (8.Bf.296/2022/11)
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.
Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW Pro worden geweigerd.
De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang. Uit de aanvullende informatie van 22 mei 2024 blijkt dat de opgeëiste persoon tegen het vonnis in eerste aanleg hoger beroep heeft ingesteld dat zich heeft beperkt tot de hoogte van de opgelegde straf. De opgeëiste persoon is geïnformeerd over de mogelijkheid om de zaak te behandelen tijdens een fysieke zitting, maar de opgeëiste persoon heeft hier niet om verzocht. Het hoger beroep is daarom – conform Hongaars recht – afgedaan door middel van een schriftelijke procedure.
Naar het oordeel van de rechtbank maken deze omstandigheden dat het toestaan van de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon oplevert. De omstandigheid dat de informatie over het hoger beroep volgens de opgeëiste persoon naar het adres van zijn vader zou zijn gestuurd, maakt dit niet anders. Het is immers de verantwoordelijkheid van de opgeëiste persoon om een adreswijziging door te geven aan en bereikbaar te zijn voor de Hongaarse autoriteiten in het kader van de door hemzelf geëntameerde strafprocedure in hoger beroep. De opgeëiste persoon is, zo hij al dan niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces, op zijn minst kennelijk onzorgvuldig geweest met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor officiële correspondentie. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

4.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 7 en 12 OLW.

5.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
Miskolc Regional Court, Sentence Enforcement Group(Hongarije) voor de feiten zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,
mrs. E. Biçer en A.R. Vlierhuis, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.D. Bennett, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 juni 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
5.Zie het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 augustus 2017 in de zaak Tupikas, ECLI:EU:C:2017:628.