De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam legde aan eiser vijf naheffingsaanslagen parkeerbelasting op voor de periode waarin zijn oude parkeervergunning was verlopen. Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij telefonisch was geïnformeerd dat zijn oude vergunning actief zou blijven totdat een nieuwe vergunning zou ingaan, maar hij bleef op een wachtlijst staan en kon de gemeente telefonisch niet bereiken.
De rechtbank oordeelt dat de oude parkeervergunning van eiser op de aangegeven datum is geëindigd en dat eiser geen geldige vergunning meer had tijdens de controles. Omdat eiser ook geen parkeerbelasting heeft voldaan bij het parkeren, zijn de naheffingsaanslagen terecht opgelegd. De rechtbank wijst erop dat eiser op 7 juli 2023 is geïnformeerd dat geen overloopvergunning werd toegekend.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen blijven in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam binnen zes weken na verzending van de uitspraak.