Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
beschikking van de kantonrechter
1. de vennootschap onder firma [verzoeker 1] V.O.F.
2. [verzoeker 2] , vennoot van verzoekster sub 1
3. [verzoeker 3] , vennoot van verzoekster sub 1
[verweerder]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
€ 2.178,00 inclusief btw per maand.
€ 175,00 exclusief btw per jaar bedraagt.
Verzoek
primairom voor recht te verklaren dat sprake is van huur in de zin van artikel 7:290 BW Pro en hem niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek om verlenging van de ontruimingsbescherming op grond van artikel 7:230a BW. Daartoe stelt hij dat het gehuurde, gelet op de daarin verrichte activiteiten en het feit dat hij er ook zoncosmetica verkoopt, kwalificeert als 7:290 BW-bedrijfsruimte, zodat deze moest worden opgezegd conform de daarvoor geldende eisen. Artikel 7:230a BW is dus niet van toepassing.
Subsidiair, voor het geval toch sprake is van huur in de zin van artikel 7:230a BW, verzoekt [verzoeker 2] om de termijn waarbinnen ontruiming van het gehuurde moet plaatsvinden te verlengen tot één jaar na het eindigen van de huurovereenkomst en voorts de maandelijkse gebruiksvergoeding vast te stellen op € 2.576,95 inclusief btw, desnoods geïndexeerd met de indexering per 1 januari 2024. Hij stelt in dat kader dat zijn belangen door de ontruiming ernstiger worden geschaad dan die van [verweerder] bij voortzetting van het gebruik van de bedrijfsruimte door [verzoeker 2] . Hij wijst erop dat hij nog geen nieuwe bedrijfsruimte in [vestigingsplaats] heeft kunnen vinden. Als hij het gehuurde moet verlaten vóór hij iets nieuws heeft gevonden, zou de exploitatie van zijn onderneming in gevaar komen. Dat zou hem ook persoonlijk treffen omdat hij met de exploitatie van de zonnestudio in zijn levensonderhoud voorziet. Bovendien zijn nog niet alle investeringen afgeschreven. Tegenover deze evidente belangen van [verzoeker 2] is het [verzoeker 2] niet duidelijk wat de belangen van [verweerder] zijn. Hij wil kennelijk in het gehuurde gaan wonen, maar dat dat wordt toegestaan is nog niet zonder meer duidelijk. Bovendien heeft [verweerder] woonruimte elders. [verzoeker 2] betwist verder dat hij een huurachterstand heeft. Hij heeft altijd de huur betaald zoals die voortvloeit uit de markthuurprijsherziening van 2019.
Verweer
Beoordeling
31 december 2024.