ECLI:NL:RBAMS:2024:4430
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering wegens frustratie afwikkeling nalatenschap door broer
Eiser en gedaagde zijn broer en zus en erven gezamenlijk een nalatenschap van hun tante, die in 2021 overleed. De nalatenschap omvat onder meer een woning die na enige discussie en twee kort gedingen uiteindelijk in oktober 2022 werd verkocht voor €660.000, minder dan de marktwaarde van circa €775.000.
Eiser vordert betaling van €22.041 wegens vermeende frustratie door gedaagde van de verkoop, waardoor de woning later en goedkoper werd verkocht. Gedaagde voert verweer op niet-ontvankelijkheid en ontkent onrechtmatig te hebben gehandeld.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet-ontvankelijk is omdat zij de vordering niet samen met de andere deelgenoten heeft ingesteld, terwijl dat vereist is bij vorderingen binnen een gemeenschap. Daarnaast is geen onrechtmatig handelen van gedaagde vastgesteld; vertragingen zijn deels aan complexiteit en ook aan eiser zelf toe te schrijven.
De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van €1.221. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Eiser is niet-ontvankelijk in haar vordering wegens het ontbreken van gezamenlijke instemming van deelgenoten en er is geen onrechtmatig handelen vastgesteld.