ECLI:NL:RBAMS:2024:4767

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 juli 2024
Publicatiedatum
1 augustus 2024
Zaaknummer
13/342570-23 (aanvullende toestemming)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 OverleveringswetKaderbesluit 2002/584/JBZ
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering aanvullende toestemming vervolging wegens detentieomstandigheden in Letland

De rechtbank Amsterdam heeft op 17 juli 2024 een beslissing genomen over een verzoek van de officier van justitie tot aanvullende toestemming voor uitbreiding van de vervolging van een overgeleverde persoon uit Letland. Het verzoek betrof een feit waarvoor overlevering krachtens de Overleveringswet mogelijk was.

De rechtbank heeft de stukken beoordeeld en geoordeeld dat de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon volledig zijn gerespecteerd. Eerder was vastgesteld dat de persoon de gelegenheid had om bezwaren kenbaar te maken. De rechtbank stelde aanvullende vragen aan de Letse autoriteiten over het reële gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling in Letse detentie-instellingen, met name vanwege het informele kastenstelsel.

De verstrekte aanvullende informatie was onvoldoende om het gevaar voor de overgeleverde persoon weg te nemen. Daarom heeft de rechtbank het verzoek om aanvullende toestemming geweigerd, omdat het risico op schending van fundamentele rechten te groot is.

De beslissing werd genomen door voorzitter Vermolen en rechters Biҫer en Westerman, in aanwezigheid van griffiers Van Heusden en Van Gerven.

Uitkomst: De rechtbank weigert aanvullende toestemming voor vervolging vanwege onvoldoende bescherming tegen onmenselijke detentieomstandigheden in Letland.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/342570-23
Datum beslissing: 17 juli 2024
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 27 maart 2024, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door
Prosecutor General’s Office of the Republic of Latvia(Letland) op 19 december 2023 en betreft:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1991 in [geboorteplaats] (Letland),
thans gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1.Beoordeling

Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.
Het verzoek betreft een feit ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
Bij tussenbeslissing van 17 april 2024 heeft de rechtbank geoordeeld dat de opgeëiste persoon de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken. Daarnaast heeft de rechtbank – gelet op de uitspraken van 3 augustus 2023 en 21 februari 2024 met betrekking tot het algemeen reëel gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling in alle detentie-instellingen in Letland vanwege onder andere de informele hiërarchie (het ‘kastenstelsel’) – aanvullende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voorgelegd.
In reactie op deze vragen hebben de Letse autoriteiten op 7 mei 2024 aanvullende informatie verstrekt. Naar het oordeel van de rechtbank wordt daarin echter onvoldoende antwoord gegeven op de cruciale vraag naar de concrete bescherming van de opgeëiste persoon tegen het geweld en de andere negatieve gevolgen van het kastenstelsel. Daarmee kan het algemeen reëel gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling voor de opgeëiste persoon niet worden weggenomen en zal de rechtbank het verzoek om aanvullende toestemming weigeren.

2.Beslissing

De rechtbank:
WEIGERTtoestemming voor uitbreiding van de vervolging op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW, van
[opgeëiste persoon]voor het feit zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 17 juli 2024 door
mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,
mrs. E. Biҫer en M. Westerman, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. I. van Heusden en S. van Gerven, griffiers.