ECLI:NL:RBAMS:2024:4819
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening leerlingenvervoer wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag ingediend voor leerlingenvervoer voor haar zoon voor het schooljaar 2023/2024. Deze aanvraag is op 27 november 2023 afgewezen en het bezwaar van verzoekster is bij besluit van 25 april 2024 ongegrond verklaard. Verzoekster heeft vervolgens beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelt of er sprake is van een spoedeisend belang dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Omdat het schooljaar 2023/2024 inmiddels is afgelopen, is het spoedeisend belang niet zonder meer aanwezig. Verzoekster stelt dat het leerlingenvervoer doorloopt naar het schooljaar 2024/2025, maar de voorzieningenrechter stelt vast dat uit de Verordening Leerlingenvervoer Amsterdam en openbare informatie van de gemeente blijkt dat toekenning van leerlingenvervoer voor een schooljaar niet automatisch doorloopt naar het volgende schooljaar.
De voorzieningenrechter concludeert dat onvoldoende is gebleken dat de bodemprocedure niet kan worden afgewacht zonder voorlopige voorziening. Verzoekster kan voor het nieuwe schooljaar een nieuwe aanvraag indienen en eventueel opnieuw een voorlopige voorziening verzoeken bij afwijzing. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.