ECLI:NL:RBAMS:2024:4906
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die haar civiele zaak behandelde, omdat zij meende dat de rechter niet onpartijdig was vanwege de economische situatie van verzoekster en de beslissing om deskundigenberichten in te winnen zonder rekening te houden met haar financiële situatie.
De wrakingskamer overwoog dat op grond van artikel 36 Rv Pro een rechter alleen kan worden gewraakt als er feiten of omstandigheden zijn die de rechterlijke onpartijdigheid aantasten. Daarbij geldt de wettelijke vermoeden van onpartijdigheid van rechters, tenzij het tegendeel wordt bewezen.
De kamer verwees naar een arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2018:1413) waarin is vastgesteld dat een rechterlijke beslissing zelf nooit een grond voor wraking kan zijn, ook niet als de motivering gebrekkig is, tenzij de motivering objectief gezien blijk geeft van vooringenomenheid.
In deze zaak was niet gesteld of gebleken dat de motivering van de rechterlijke beslissing blijk gaf van vooringenomenheid. Het verzoek tot wraking werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen zonder mondelinge behandeling.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens het ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.