Op 11 april 2024 werd verdachte samen met anderen betrapt met een witte personenauto waarvan het linker achterraam was opengebroken en waarin een explosieve constructie was aangetroffen. Verdachte vluchtte bij aankomst van de politie en werd aangehouden met zijn vingertoppen omwikkeld met Duck tape.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de diefstal van de auto, maar achtte bewezen dat hij medepleegde in opzetheling van de auto, het voorhanden hebben van een geïmproviseerde explosieve constructie (IED) en voorbereidingshandelingen voor het teweegbrengen van een ontploffing met gemeen gevaar. De verklaring van verdachte kort na aanhouding werd niet gebruikt wegens het ontbreken van verhoorbijstand.
Verdachte, geboren in 2007 en woonachtig in België, is een kwetsbare jongere met een instabiele thuissituatie. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde onvoorwaardelijke jeugddetentie, maar de rechtbank legde deels voorwaardelijke jeugddetentie op met een proeftijd van twee jaar, mede vanwege de ernst van de feiten en het risico op herhaling.
De straf bedraagt zes maanden jeugddetentie, waarvan twee maanden voorwaardelijk, met aftrek van twee maanden voorarrest. De rechtbank benadrukte het maatschappelijke belang van het tegengaan van explosieve constructies en de impact op de veiligheid en het veiligheidsgevoel van de samenleving.