Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2024:4946

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 juli 2024
Publicatiedatum
9 augustus 2024
Zaaknummer
AMS 23/5581
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet tijdig beslissen bezwaar kinderopvangtoeslag afgewezen

Opposant heeft meerdere keren beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar tegen een beschikking van 6 april 2022, waarin hij niet werd erkend als gedupeerde ouder in de kinderopvangtoeslagaffaire.

De rechtbank heeft in eerdere uitspraken verweerder opgedragen binnen bepaalde termijnen te beslissen en dwangsommen opgelegd wegens het uitblijven van een besluit. Opposant stelde verzet in tegen een buiten-zittingsuitspraak die het beroep kennelijk gegrond verklaarde vanwege het niet tijdig beslissen.

In het verzet betoogde opposant dat de dwangsom te laag was en de beslistermijn te lang, maar de rechtbank oordeelde dat het eindoordeel dat het beroep gegrond is buiten redelijke twijfel staat en dat deze bezwaren niet leiden tot wijziging van de uitspraak.

De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak zonder wijziging. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzet tegen de buiten-zittingsuitspraak over het niet tijdig beslissen op bezwaar is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 23/5581

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juli 2024 in de zaak tussen

[opposant] , te Amsterdam, opposant

(gemachtigde: mr. M. Kartal)
en

de Belastingdienst/Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: mr. D. van der Wal).

Procesverloop

Opposant heeft op 28 september 2023 voor een tweede maal beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar tegen een beschikking van 6 april 2022.
De rechtbank heeft het beroep op 6 februari 2024 kennelijk gegrond verklaard.
Opposant heeft verzet ingesteld.
Opposant heeft verzocht om op een zitting te worden gehoord.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juni 2024. Opposant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich digitaal laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Wat aan deze procedure voorafging
1. In zijn beschikking van 6 april 2022 heeft verweerder beslist dat opposant niet kwalificeert als gedupeerde ouder van de kinderopvangtoeslagaffaire. Opposant heeft op
18 mei 2022 een bezwaarschrift hiertegen ingediend.
2. Nadat opposant op 2 november 2022 beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar, heeft de rechtbank verweerder met een uitspraak van 27 januari 2023 (zaaknummer 22/5233) opgedragen om uiterlijk op 27 februari 2023 een besluit op het bezwaar te nemen. De rechtbank heeft daarbij een dwangsom opgelegd van
€ 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-.
3. Op 28 september 2023 is opposant opnieuw in beroep gegaan wegens het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar. Verweerder heeft met een brief van 26 oktober 2023 verweer gevoerd. De rechtbank heeft ook in deze tweede beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk gegrond verklaard omdat verweerder niet tijdig op het bezwaar heeft beslist. De rechtbank heeft verweerder opgedragen om uiterlijk zes weken na de dag van verzending van de uitspraak alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken. De rechtbank heeft daarbij een dwangsom opgelegd van € 100,- per dag met een maximum van €15.000,-.
Het oordeel van de rechtbank
4. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of zij in de buiten-zittingsuitspraak terecht heeft geoordeeld dat het eindoordeel buiten redelijke twijfel stond.
5. Opposant heeft niet betwist dat het eindoordeel van de buiten-zittingsuitspraak een gegrond beroep zou moeten zijn. Opposant voert alleen aan dat de rechtbank ongemotiveerd een dwangsom heeft opgelegd van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-. Nu verweerder ondanks de gerechtelijke dwangsom geen gehoor heeft gegeven aan de eerdere uitspraak van de rechtbank meent opposant dat een hogere dwangsom van €250,- per dag met een maximum van €37.500,- gerechtvaardigd is. Daarnaast meent opposant dat de rechtbank verweerder een te lange beslistermijn heeft gegeven.
6. De verzetsgronden vormen geen reden om te oordelen dat niet buiten zitting uitspraak kon worden gedaan. Het eindoordeel in de buiten-zittingsuitspraak van
6 februari 2024, namelijk dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond is, staat buiten redelijke twijfel. De rechtbank komt dan ook niet toe aan de vraag of de opgelegde rechterlijke dwangsom te laag is of onvoldoende is gemotiveerd.
7. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de buiten-zittingsuitspraak niet verandert.
8. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. Hansen-Löve, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.M. Dost, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.