ECLI:NL:RBAMS:2024:508

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 februari 2024
Publicatiedatum
1 februari 2024
Zaaknummer
C/13/744675 / KG ZA 24-5
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AHVArt. 555 RvArt. 444 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming huurwoning en ambtshalve toetsing boetebeding toewijsbaar

De Stichting Ymere vordert in kort geding de ontruiming van een huurwoning tegen twee gedaagden die niet zijn verschenen. De dagvaarding is correct betekend op meerdere adressen. De voorzieningenrechter verleent verstek tegen de gedaagden.

De vordering tot ontruiming wordt toewijsbaar geacht. Tevens wordt het boetebeding uit de algemene huurvoorwaarden ambtshalve getoetst en niet als onredelijk beoordeeld. De boete is gelimiteerd en niet onevenredig hoog.

De gedaagden worden veroordeeld om binnen zeven dagen de woning te ontruimen en de sleutels te overhandigen, met mogelijkheid tot ontruiming door deurwaarder. Gedaagde sub 1 moet een contractuele boete van €5.000 betalen, vermeerderd met wettelijke rente. Tevens worden gedaagden veroordeeld in de proceskosten en toekomstige ontruimingskosten.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming van de huurwoning en betaling van een contractuele boete van €5.000.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/744675 / KG ZA 24-5 MDvH/MB
Vonnis in kort geding van 1 februari 2024
in de zaak van
de stichting
STICHTING YMERE,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres bij dagvaarding van 17 januari 2024,
advocaat mr. M.G. Blokziel te Almere,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
2. [gedaagde 2],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagden,
niet verschenen.

1.De procedure

Ter zitting van 25 januari 2024 heeft eiseres de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding toegelicht. Vervolgens heeft eiseres verzocht vonnis te wijzen. Tegen de niet verschenen gedaagden is verstek verleend, aangezien bij de dagvaarding de bij de wet voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen.
De dagvaarding is achtergelaten zowel op het adres waar gedaagde sub 1 is ingeschreven en gedaagde sub 2 volgens de dagvaarding feitelijk woont, als op het briefadres van gedaagde sub 2.

2.De beoordeling

De vordering komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en is toewijsbaar. Dat geldt ook voor de jegens gedaagde sub 1 gevorderde boete. Voorshands wordt het boetebeding zoals opgenomen in artikel 6.12 van de toepasselijke algemene huurvoorwaarden en de bijbehorende Tarievenlijst op zichzelf niet oneerlijk geacht. De boete is gelimiteerd en van een onevenredig hoge schadevergoeding is geen sprake.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
veroordeelt gedaagden om binnen zeven dagen na de betekening van dit vonnis de onroerende zaak aan het adres [adres] met al de hunnen en het hunne te ontruimen en te verlaten en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eiseres te stellen, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder kan worden bewerkstelligd met behulp van de sterke arm conform het artikel 555 e.v. jo. 444 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering,
3.2.
veroordeelt gedaagden, indien zij niet vrijwillig aan de hiervoor gegeven veroordeling tot ontruiming voldoen en eiseres de ontruiming met inschakeling van een gerechtsdeurwaarder zelf bewerkstelligt, aan eiseres de kosten van de ontruiming te voldoen op vertoning van en conform de specificatie van die kosten in het proces-verbaal van ontruiming,
3.3.
veroordeelt gedaagde sub 1 om aan eiseres te voldoen een bedrag van
€ 5.000,00 (vijfduizend euro), zijnde de contractuele boete krachtens artikel 6.12 van de algemene huurvoorwaarden, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover berekend vanaf 17 januari 2024 tot aan de dag van voldoening,
3.4.
veroordeelt gedaagden in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van eiseres begroot op:
– € 113,61 aan explootkosten [1] ,
– € 688,00 aan griffierecht en
– € 715,00 aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien gedaagden deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan,
3.5.
veroordeelt gedaagden in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op
€ 178,00 voor salaris advocaat, te vermeerderen met € 92,00 en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit vonnis plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,
3.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Balk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2024. [2]

Voetnoten

1.De kosten van het ‘herstelexploot’ blijven voor rekening van eiseres
2.type: MB