De rechtbank Amsterdam heeft op 1 augustus 2024 uitspraak gedaan over de vordering tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse autoriteiten. De opgeëiste persoon, met de Nederlandse en Turkse nationaliteit, wordt verdacht van moord, doodslag en diefstal met valse sleutels volgens Duits recht. De rechtbank heeft vastgesteld dat de feiten strafbaar zijn in Nederland en dat het EAB voldoet aan de formele eisen.
De raadsman van de opgeëiste persoon voerde aan dat vanwege zijn langdurige psychiatrische zorg in Nederland en onzekerheid over adequate medische zorg in Duitsland, overlevering niet passend zou zijn. De rechtbank verwierp dit verweer omdat er geen objectieve en betrouwbare gegevens zijn die aantonen dat de medische zorg in Duitse detentie-instellingen onvoldoende is. Tevens is de vraag over humanitaire redenen voor uitstel van overlevering niet aan de orde bij deze beoordeling.
De rechtbank nam ook kennis van een garantie van de Duitse autoriteiten dat de opgeëiste persoon na veroordeling en strafuitvoering in Duitsland, terug zal keren naar Nederland voor verdere strafuitvoering. Gezien de banden van de opgeëiste persoon met Nederland acht de rechtbank deze terugkeergarantie voldoende.
Uiteindelijk concludeerde de rechtbank dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn en dat de overlevering aan Duitsland toegestaan kan worden. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.