ECLI:NL:RBAMS:2024:5227

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 augustus 2024
Publicatiedatum
22 augustus 2024
Zaaknummer
13/311129-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 302 Wetboek van StrafrechtArt. 2 OverleveringswetArt. 5 OverleveringswetArt. 7 OverleveringswetArt. 23 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens zware mishandeling

De rechtbank Amsterdam behandelde op 15 augustus 2024 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Mannheim in Duitsland. De opgeëiste persoon, geboren in 1965, werd verdacht van een strafbaar feit dat naar Duits recht zware mishandeling betreft. Tijdens de zitting op 8 augustus 2024 verscheen de opgeëiste persoon, bijgestaan door zijn advocaat en een Duitse tolk.

De rechtbank stelde vast dat het EAB voldeed aan de vereisten van artikel 2 van Pro de Overleveringswet (OLW) en dat er geen weigeringsgronden waren die aan de overlevering in de weg stonden. Het feit waarvoor overlevering werd verzocht, is strafbaar gesteld met een maximale vrijheidsstraf van vijf jaar en kan ook leiden tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis.

De rechtbank concludeerde dat het vereiste van dubbele strafbaarheid was vervuld, aangezien het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is als zware mishandeling. Gezien het ontbreken van belemmeringen voor overlevering, besloot de rechtbank de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/311129-23
Datum uitspraak: 15 augustus 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 31 juli 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1] Dit EAB is uitgevaardigd op 26 september 2023 door het
Amtsgericht Mannheim(Duitsland) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats] (Duitsland),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres] ,
nu gedetineerd in het [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 8 augustus 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. D.S. Altena, advocaat in Utrecht, en door een tolk in Duitse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Duitse nationaliteit heeft.

3.Referte

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een arrestatiebevel van het
Amtsgericht Mannheim(Duitsland) van
9 november 2022 met dossiernummer
41 Gs 2574/22.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. [2]

5.Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd – voldaan is aan het vereiste dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. De maximumduur van de vrijheidsstraf die voor het strafbare feit kan worden opgelegd is blijkens onderdeel e) van het EAB vijf jaren. Verder kan blijkens onderdeel c) van het EAB een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel worden opgelegd in de vorm van een plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis. Deze geldt in beginsel voor onbepaalde tijd, waarbij de noodzaak en evenredigheid van voortduring van de plaatsing op verschillende momenten tussentijds wordt getoetst.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
zware mishandeling

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 302 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
Amtsgericht Mannheim(Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door:
mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,
mrs. A.R.P.J. Davids en A.K. Glerum, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 15 augustus 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie onderdeel e) van het EAB.