Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
4.Grondslag en inhoud van het EAB
nr. 125/2022 door de regionale rechtbank in Byala, in kracht van gewijsde gegaan op
5.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW
‘a conviction in absentia’en onder welke voorwaarden een procedure dan geacht wordt
‘in absentia’te zijn voltrokken. In het bijzonder is voor het geval nog een dergelijke toets plaatsvindt onduidelijk of van een berechting
‘in absentia’sprake is in alle gevallen waarin een verdachte niet is verschenen, of dat van een berechting
‘in absentia’enkel sprake is wanneer een verdachte niet is verschenen zonder dat hem/haar in dat kader een verwijt valt te maken (bijvoorbeeld omdat diegene niet van het plaatsvinden van het proces op de hoogte was of kon zijn), of wanneer voor verdachte een (al dan niet pro deo) advocaat is verschenen.
6.Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
7.Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden
Public statementvan het
European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment(CPT) van
8.Slotsom
9.Toepasselijke wetsbepalingen
10.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan het Landelijk Parket in Ruse (Bulgarije) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.