Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
Rechtbank Amsterdam
Partijen sloten in juni 2018 een aannemingsovereenkomst voor een nieuwbouwwoning. Na oplevering in maart 2020 constateerde de koper vochtproblemen en een onaangename geur in de slaapkamer door lekkage tijdens de bouw. Na een arbitrageprocedure werd de aannemer veroordeeld tot herstel binnen zes maanden na 25 augustus 2023, onder dreiging van een dwangsom.
De aannemer startte herstelwerkzaamheden in februari 2024, maar het herstel was gebrekkig en introduceerde nieuwe problemen. De koper stelde dat de aannemer dwangsommen verbeurt wegens niet-naleving van het vonnis. De aannemer verzocht in kort geding om vermindering van de dwangsom wegens onmogelijkheid door natte weersomstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat de aannemer al vóór de hersteltermijn voldoende tijd had om de werkzaamheden uit te voeren, dat het vijf aaneengesloten droge dagen vereiste niet aannemelijk was gemaakt en dat de aannemer onvoldoende tijdig en adequaat had gehandeld. De vordering tot vermindering van de dwangsom werd geweigerd en de aannemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank weigert vermindering van de dwangsom en veroordeelt de aannemer in de proceskosten.