ECLI:NL:RBAMS:2024:5286

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 augustus 2024
Publicatiedatum
27 augustus 2024
Zaaknummer
10993911 \ CV EXPL 24-2795
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling van openstaande facturen en wettelijke rente toegewezen aan Blenheim Advocaten

Blenheim Advocaten heeft in opdracht van TMA werkzaamheden verricht in 2021 en 2022 en daarvoor facturen gestuurd ter hoogte van € 63.422,65. TMA heeft slechts een deel betaald en stelde dat zij een afspraak hadden gemaakt om in totaal € 45.000 te betalen tegen finale kwijting. Blenheim Advocaten betwistte het bestaan van deze afspraak en stelde dat het openstaande bedrag € 28.552,65 bedroeg.

Tijdens de procedure heeft TMA verwezen naar deelbetalingen en een e-mail waarin een openstaand bedrag van € 11.250 werd genoemd, maar kon het bestaan van een bindende afspraak niet voldoende onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat de betalingsverplichting op grond van de oorspronkelijke overeenkomst blijft gelden en dat TMA onvoldoende bewijs leverde voor de vermeende afspraak.

De rechtbank veroordeelde TMA tot betaling van € 25.000 aan Blenheim Advocaten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding, en tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: TMA is veroordeeld tot betaling van € 25.000 plus wettelijke rente en proceskosten aan Blenheim Advocaten.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10993911 \ CV EXPL 24-2795
Vonnis van 16 augustus 2024
in de zaak van
BLENHEIM ADVOCATEN B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Blenheim Advocaten,
gemachtigde: mr. O.J. Boeder,
tegen
TOOMANYAGENCIES B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: TMA,
gemachtigde: mr. O.L.P.G. Lemmens.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 6 maart 2024 met producties,
  • de conclusie van antwoord met producties,
  • het tussenvonnis van 14 mei 2024, waarin de mondelinge behandeling is bepaald,
  • de nagekomen stukken van Blenheim Advocaten,
  • de mondelinge behandeling van 18 juli 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
  • de ter zitting door mr. Boeder overlegde e-mails.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Blenheim Advocaten heeft in opdracht van TMA werkzaamheden verricht in 2021 en 2022.
2.2.
Blenheim Advocaten heeft aan TMA hiervoor onder meer de volgende facturen gestuurd:
factuurdatum
nummer
bedrag
4 januari 2022
[fact.nr. 1]
€ 5.924,98
4 maart 2022
[fact.nr. 2]
€ 5.737,00
5 mei 2022
[fact.nr. 3]
€ 48.778,13
2 juni 2022
[fact.nr. 4]
€ 2.982,63
2.3.
In een e-mail van 18 oktober 2022 aan [naam 1] van Blenheim Advocaten heeft [naam 2] van TMA het voorstel gedaan een eenmalige betaling te doen van € 25.000,- voor het einde van de maand tegen finale kwijting. In een reactie hierop van 1 november 2022 heeft [naam 1] geschreven:

Dat is wel een heel mager voorstel. Dat zou betekenen dat ik 40k moet afboeken. Ik ben bereid genoegen te nemen met een betaling van 50.000 euro tegen kwijting. Thans staat nog 63.422,65 open in dit dossier. Dit mag in 2 termijnen. 24K per direct en 25K half december. Na ontvangst van de tweede betaling zal er een creditnota verstuurd worden. (…)”.
2.4.
TMA heeft op 29 december 2022 een bedrag van € 11.250,- overgemaakt aan Blenheim Advocaten met als omschrijving “Betaling 1 van 4 (totaal 45.000,-)”. Op 7 februari 2023 heeft TMA aan Blenheim Advocaten een bedrag overgemaakt van € 11.250,- met als omschrijving “Betaling 2 van 4 (totaal 45.000)”. Op 10 maart en 27 juli 2023 heeft TMA aan Blenheim Advocaten bedragen overgemaakt van € 5.625,- met als omschrijving “deelbetaling”. Op 6 september 2023 heeft TMA aan Blenheim Advocaten een bedrag overgemaakt van € 1.120,-, ook met als omschrijving “deelbetaling”.
2.5.
In een e-mail van 28 juli 2023 aan het door Blenheim Advocaten ingeschakelde incassobureau heeft [naam 2] het volgende geschreven:
“Ik stel vast dat u nog niet op de hoogte bent gebracht van de recente betaling van dd. 27/07/2023 van € 5625,- die wij aan Blenheim advocaten BV, betaald hebben, conform de eerdere overeengekomen afspraak. Deze aangelegenheid betrof de afspraak die we onderhands gemaakt hebben inzake de begeleiding van onze onderneming door Blenheim Advocaten onder de WHOA-regeling, met als doel ons bij te staan gedurende een uitdagende financiële periode. (…)Met betrekking tot uw cliënt, realiseren we ons dat de betaling niet binnen de afgesproken termijn is voldaan. We streven er echter naar om binnen onze mogelijkheden het afgesproken bedrag alsnog over te maken. We hebben gemerkt dat het naleven van eerdere afspraken soms uitdagend kan zijn en willen daarom zorgvuldig handelen om te voorkomen dat we in dezelfde (eerdere) situatie terechtkomen. Volgens de eerder gemaakte afspraak resteert er en na aftrek van de laatste betaling een openstaand bedrag van € 11.250,-, we zullen ons uiterste best doen om dit zo spoedig mogelijk aan uw cliënt te voldoen”.

3.Het geschil

3.1.
Blenheim Advocaten vordert samengevat TMA uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen tot betaling van € 25.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2024, met veroordeling van TMA in de proceskosten.
3.2.
Blenheim Advocaten legt daaraan het volgende ten grondslag. Blenheim Advocaten heeft in opdracht van TMA werkzaamheden verricht, waarvoor zij facturen heeft gestuurd van in totaal € 63.422,65. TMA heeft niet betaald binnen de betalingstermijn die op de facturen staat. Later heeft TMA een bedrag betaald van € 34.870,-. Het bedrag dat nog open staat is dus € 28,552,65. De wettelijke rente over het openstaande bedrag bedroeg op de datum van de dagvaarding € 8.088,43 en de incassokosten € 1.409,23. In totaal is TMA daarom nog € 38.050,31 verschuldigd. Blenheim Advocaten doet afstand van het deel boven € 25.000,-. Ter zitting heeft Blenheim Advocaten verduidelijkt dat dit bedrag volledig bestaat uit hoofdsom en zij geen aanspraak maakt op rente en buitengerechtelijke incassokosten.
3.3.
TMA betwist de hoogte van het openstaande bedrag, maar betwist niet dat dit tenminste € 25.000,- is. Daarnaast is volgens TMA eind 2022 tussen partijen afgesproken dat TMA nog in totaal € 45.000,- zou betalen tegen finale kwijting. Hierna heeft TMA twee deelbetalingen gedaan van € 11.250,- en twee deelbetalingen van € 5.625,-. Op 6 september 2023 is nog een betaling gedaan van € 1.120,-. Zij had toen in totaal € 34.870,- van € 45.000,- betaald. Op dit moment staat daarom nog € 10.130,- open.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
TMA betwist niet dat de door Blenheim Advocaten gefactureerde uren ook aan hun zaak zijn besteed. Zij beroept zich op een andersluidende afspraak over het totaal openstaande bedrag. Deze afspraak hield volgens TMA in dat zij in totaal € 45.000,- zou betalen. Dit zou eind 2022 door [naam 2] telefonisch zijn afgesproken met [naam 1] . Ter onderbouwing wijst TMA op de overschrijvingen die zij heeft gedaan, waarvan de eerste op 29 december 2022 met als omschrijving “Betaling 1 van 4 (totaal € 45.000,-)”. Daarnaast wijst TMA op een e-mail van 28 juli 2023 waarin [naam 2] refereert aan de eerder gemaakte afspraak en aan een op dat moment nog openstaand bedrag van € 11.250,-. TMA stelt dat op deze e-mail niet afwijzend of anderszins is gereageerd.
4.2.
Blenheim Advocaten betwist het bestaan van de afspraak van € 45.000,-. Volgens Blenheim Advocaten is er overleg geweest over een totaalafspraak. Zij heeft verwezen naar de op de zitting overgelegde e-mails van 18 oktober en 1 november 2022. Volgens Blenheim Advocaten is een afspraak uiteindelijk niet tot stand gekomen.
4.3.
Niet in geschil is dat TMA op basis van de overeenkomst die ten grondslag ligt aan de facturen een betalingsverplichting had, waarvan nog € 28.552,65 niet is betaald. Dat een andere afspraak is gemaakt heeft TMA onvoldoende onderbouwd, gezien de betwisting daarvan door Blenheim Advocaten. TMA heeft alleen verwezen naar een telefoongesprek ergens eind 2022, waarin gesproken zou zijn over € 45.000,- maar verder geen afspraken zijn gemaakt over wanneer dan betaling zou moeten volgen. De afspraken zijn volgens TMA verder niet schriftelijk vastgelegd. Dit is als onderbouwing onvoldoende. Uit de betalingsomschrijving en de e-mail van TMA zelf kan niet worden afgeleid dat Blenheim Advocaten ook akkoord is gegaan met de daarin genoemde “afspraak”. Daar komt bij dat TMA volgens haar eigen e-mail van 28 juli 2023 de verschuldigde betaling niet binnen de afgesproken termijn heeft voldaan en op dit moment de € 45.000,- die volgens haar was afgesproken nog steeds niet heeft voldaan. Dus zelfs als het bestaan van die afspraak wel vast zou komen te staan had zij Blenheim Advocaten daar niet meer aan kunnen houden.
4.4.
Uit het voorgaande volgt dat de vordering van Blenheim Advocaten wordt toegewezen. De wettelijke rente over het bedrag van € 25.000,- vanaf de datum van de dagvaarding wordt ook toegewezen.
4.5.
TMA is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Blenheim Advocaten worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
115,22
- griffierecht
1.409,00
- salaris gemachtigde
- nakosten
1.086,00
135,00
(2 punten × € 543,00)
Totaal
2.745,22

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt TMA om aan Blenheim Advocaten te betalen een bedrag van € 25.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 6 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt TMA in de proceskosten van € 2.745,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als TMA niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Huber, kantonrechter, bijgestaan door mr. J.M. Eisenhardt, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 augustus 2024.