De rechtbank Amsterdam behandelde het beroep van een erfpachter tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van een woontoren in het Kauwgomballenkwartier. De vergunning betreft een gebouw met twee woontorens van respectievelijk 24 en 36 meter hoog, met 162 huurappartementen, kantoor- en bedrijfsruimte en een parkeerkelder.
De eiseres stelde onder meer dat er een evidente privaatrechtelijke belemmering bestond vanwege een erfdienstbaarheid voor parkeerplaatsen, dat de bouwhoogte de maximale toegestane hoogte overschreed, dat de parkeerbehoefte onvoldoende was meegenomen en dat het grondwaterbeheer onvoldoende was gewaarborgd. De rechtbank oordeelde dat de privaatrechtelijke belemmering niet evident was en dat de burgerlijke rechter hierover moet oordelen. Verder was de overschrijding van de bouwhoogte binnen de toegestane marges en was het parkeerbeleid en grondwaterbeheer adequaat onderbouwd.
Andere bezwaren, zoals over dakterrassen, laden en lossen, bezonningsstudie en verklaring van geen bedenkingen, werden eveneens verworpen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 26 juli 2024.