ECLI:NL:RBAMS:2024:5337
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing nevenvoorzieningen na echtscheiding met regeling hoofdverblijf en gebruik woning
De rechtbank Amsterdam heeft op 28 augustus 2024 uitspraak gedaan in een zaak over nevenvoorzieningen na echtscheiding tussen een vrouw en een man. De rechtbank bekrachtigde de door partijen getekende vaststellingsovereenkomst, waarin afspraken zijn gemaakt over de verzorging van hun minderjarige zoon en het gebruik van de echtelijke woning.
De rechtbank bepaalde dat het hoofdverblijf van het minderjarige kind bij de vrouw komt, omdat dit aansluit bij de feitelijke situatie en het belang van het kind, dat een verstandelijke beperking en autisme heeft. Beide ouders dragen zorg, maar de vrouw verzorgt het kind voornamelijk in de woning. De man krijgt een recht op gebruik van de woning op vaste tijden om het kind te verzorgen.
Ten aanzien van de woning werd het huurrecht toegewezen aan de vrouw met ingang van zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. Tot die tijd krijgt de man het uitsluitend gebruiksrecht van de woning op doordeweekse dagen van 15:00 tot 18:00 uur en in het weekend van 16:00 tot 18:00 uur, zodat hij het kind kan verzorgen. De overige tijd is voor de vrouw. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, behalve het huurrecht.
Uitkomst: Het hoofdverblijf van het minderjarige kind wordt bij de vrouw vastgesteld en het gebruik van de woning wordt verdeeld met het huurrecht aan de vrouw vanaf zes maanden na inschrijving van de echtscheiding.