Eiser heeft tegen gedaagde twee civiele procedures lopen met dezelfde vordering. Tijdens de mondelinge behandeling gaf eiser aan bereid te zijn één van de vorderingen in te trekken, zonder voorkeur welke. De kantonrechter besloot de eerste ingediende zaak inhoudelijk te behandelen en de vordering in de tweede zaak te verminderen tot nihil. Hierdoor blijft in deze tweede procedure alleen de beoordeling van de proceskosten over.
De kantonrechter oordeelt dat eiser onnodig de tweede procedure is gestart, wat leidt tot een proceskostenveroordeling. De proceskosten van gedaagde worden begroot op €678, bestaande uit het salaris van de gemachtigde en nakosten, exclusief de kosten van betekening.
Eiser wordt veroordeeld deze kosten binnen veertien dagen te voldoen, vermeerderd met kosten van betekening indien niet tijdig betaald. De kostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad. Het vonnis is gewezen door rechter N. Versteeg en op 30 augustus 2024 in het openbaar uitgesproken.