Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 september 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit Amsterdam, eiseres
Inleiding
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Amsterdam
Eiseres had een exploitatievergunning voor een bedrijfsvaartuig die het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam introk wegens niet-gebruik binnen de gestelde termijn. Eiseres had een vervangingsaanvraag ingediend voor een ander vaartuig, maar deze werd buiten behandeling gesteld. Tijdens de zitting bracht eiseres naar voren dat de Covid-19-pandemie haar financiering belemmerde, waardoor zij de vergunning niet tijdig kon benutten.
De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd is om een vergunning in te trekken bij niet-gebruik, maar dat het college alle betrokken belangen, inclusief het individuele belang van eiseres en de bijzondere omstandigheden door Covid-19, had moeten meewegen. Het college had ook de vervangingsaanvraag in samenhang met de intrekking moeten beoordelen.
Omdat het college dit naliet en het belang van eiseres onvoldoende meewoog, is het besluit tot intrekking en buitenbehandelingstelling van de vervangingsaanvraag onrechtmatig. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het college binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de exploitatievergunning wordt vernietigd en het college moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.