ECLI:NL:RBAMS:2024:5698
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen gebiedsverbod wegens vermeende openbare ordeverstoring
De burgemeester van Amsterdam legde op 12 augustus 2024 een gebiedsverbod op aan verzoeker voor drie maanden vanwege vermeende herhaalde verstoring van de openbare orde in een specifiek gebied. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing van het verbod.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 28 augustus 2024 en concludeerde dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd waarom eerdere kortdurende verblijfsverboden waren ingetrokken en waarom het nieuwe gebiedsverbod was gebaseerd op artikel 172a van de Gemeentewet in plaats van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Tevens ontbrak een toelichting op de gekozen duur van drie maanden.
Verzoeker voerde aan dat hij als beroepsactivist vreedzaam protesteert en dat de incidenten waarop het verbod gebaseerd is, misverstanden betreffen. De voorzieningenrechter vond dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en besloot het gebiedsverbod voorlopig te schorsen tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
Daarnaast werd bepaald dat de burgemeester het griffierecht aan verzoeker moet vergoeden. Er zijn geen proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.D. Arnold op 6 september 2024.
Uitkomst: Het gebiedsverbod is geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar vanwege onvoldoende motivering.