ECLI:NL:RBAMS:2024:5709
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: geen compensatie voor kinderopvangtoeslagjaren 2006-2008
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Financiën waarin haar bezwaar tegen de herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag voor de jaren 2006 tot en met 2008 ongegrond werd verklaard. De primaire besluiten betroffen compensatie en tegemoetkomingen in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
De rechtbank heeft beoordeeld of verweerder terecht geen compensatie heeft toegekend voor de jaren 2006 tot en met 2008. Eiseres stelde dat sprake was van institutionele vooringenomenheid en dat zij recht had op compensatie vanwege financiële en gezondheidsproblemen. De rechtbank oordeelde dat de neerwaartse bijstellingen verklaard konden worden door wijzigingen in opvanguren en toetsingsinkomen, en dat geen sprake was van vooringenomenheid of hardheid van het stelsel.
Daarnaast stelde eiseres recht te hebben op een tegemoetkoming wegens opzet of grove schuld omdat zij betalingsregelingen zou hebben aangevraagd die onterecht geweigerd zouden zijn. De rechtbank vond echter dat eiseres dit niet met bewijs had onderbouwd en verweerder deze betalingsregelingen niet kon terugvinden.
Tot slot wees eiseres op een vermeende onjuiste onderzoeksuitkomst waarbij betalingen aan een verkeerde opvanginstelling zouden zijn gedaan. De rechtbank concludeerde dat dit een technische verschrijving betrof en geen fraude of onjuist onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de vergoeding van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en er wordt geen compensatie toegekend voor de jaren 2006 tot en met 2008.