ECLI:NL:RBAMS:2024:571

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 februari 2024
Publicatiedatum
6 februari 2024
Zaaknummer
C/13/731682 / HA ZA 23/329
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot overleggen procesfinancieringsovereenkomst in civiele procedure

In deze civiele procedure tussen Stichting Initiatieven Collectieve Acties Massaschade (ICAM) en de Staat der Nederlanden en diverse publieke gezondheidsdiensten, stond de ontvankelijkheid van ICAM centraal. De rechtbank stelde een mondelinge behandeling vast op 22 april 2024, waarbij de ontvankelijkheid van ICAM aan de orde zou komen.

De rechtbank oordeelde dat voor een juiste beoordeling van de ontvankelijkheid het noodzakelijk is dat ICAM de procesfinancieringsovereenkomst, gesloten met Liesker procesfinanciering, volledig en zonder onleesbare delen aan de rechtbank overlegt. Tevens moet ICAM bevestigen dat de overgelegde stukken alle afspraken bevatten.

Hoewel ICAM het recht heeft om het voor haar beschikbare budget onleesbaar te maken in de afschriften die aan de gedaagden worden verstrekt, dient de rechtbank de volledige en leesbare overeenkomst te ontvangen. De rechtbank hield verdere beslissingen aan en gaf hiermee een bevel tot overleg van de procesfinancieringsovereenkomst.

Uitkomst: De rechtbank beveelt ICAM de procesfinancieringsovereenkomst volledig en leesbaar over te leggen en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

rolbeslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/731682 / HA ZA 23/329

Rolbeslissing van 7 februari 2024

in de zaak van
de stichting
STICHTING INITIATIEVEN COLLECTIEVE ACTIES MASSASCHADE (ICAM),
gevestigd te Amsterdam,
advocaat mr. D.M. Linders,
e i s e r e s ,
t e g e n :
1. de publiekrechtelijke rechtspersoon
STAAT DER NEDERLANDEN, in het bijzonder het
MINISTERIE VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
waarvan de zetel is gevestigd te 's-Gravenhage,
advocaat mr. G.J. Zwenne,
2.
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
PUBLIEKE GEZONDHEID EN VEILIGHEID NEDERLAND,
gevestigd te Utrecht,
de stichtingen
3. STICHTING PROJECTENBUREAU PUBLIEKE GEZONDHEID EN VEILIGHEID
NEDERLAND,
4. STICHTING VERENIGINGSBUREAU PUBLIEKE GEZONDHEID EN VEILIGHEID NEDERLAND,
5. STICHTING LANDELIJKE COÖRDINATIE COVID-19 BESTRIJDING,
alle gevestigd te Utrecht,
advocaat mr. E.P.M. Thole,
de publiekrechtelijke rechtspersonen (openbare lichamen op basis van gemeenschappelijke regeling)
6. GEMEENTELIJKE GEZONDHEIDSDIENST (GGD) AMSTERDAM-AMSTELLAND,
waarvan de zetel is gevestigd te Amsterdam,
7. GGD BRABANT-ZUIDOOST,
waarvan de zetel is gevestigd te Eindhoven,
8. DIENST GEZONDHEID & JEUGD ZUID-HOLLAND ZUID,
waarvan de zetel is gevestigd te Dordrecht,
9. GGD DRENTHE,
waarvan de zetel is gevestigd te Assen,
10. GGD FLEVOLAND,
waarvan de zetel is gevestigd te Lelystad,
11. VEILIGHEIDSREGIO FRYSLÂN,
waarvan de zetel is gevestigd te Leeuwarden,
12. VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSREGIO GELDERLAND-MIDDEN (VGGM),
waarvan de zetel is gevestigd te Arnhem,
13. GGD GELDERLAND-ZUID,
waarvan de zetel is gevestigd te Nijmegen,
14. GGD GOOI & VECHTSTREEK,
waarvan de zetel is gevestigd te Bussum,
15. GGD GRONINGEN,
waarvan de zetel is gevestigd te Groningen,
16. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING GEMEENTELIJKE GEZONDHEIDSDIENST
EN VEILIG THUIS HAAGLANDEN,
waarvan de zetel is gevestigd te 's-Gravenhage,
17. GGD HART VOOR BRABANT,
waarvan de zetel is gevestigd te 's-Hertogenbosch,
18. REGIONALE DIENST OPENBARE GEZONDHEIDZORG HOLLANDS MIDDEN,
waarvan de zetel is gevestigd te Leiden,
19. GEMEENTELIJKE GEZONDHEIDSDIENST HOLLANDS NOORDEN,
waarvan de zetel is gevestigd te Alkmaar,
20. GGD IJSSELLAND,
waarvan de zetel is gevestigd te Zwolle,
21. VEILIGHEIDSREGIO KENNEMERLAND,
waarvan de zetel is gevestigd te Haarlem,
22. VEILIGHEIDSREGIO LIMBURG-NOORD,
waarvan de zetel is gevestigd te Venlo,
23. GGD NOORD- EN OOST GELDERLAND,
waarvan de zetel is gevestigd te Warnsveld,
24. GGD REGIO UTRECHT,
waarvan de zetel is gevestigd te Zeist,
25. GGD ROTTERDAM-RIJNMOND,
waarvan de zetel is gevestigd te Rotterdam,
26. SAMENTWENTE,
waarvan de zetel is gevestigd te Enschede,
27. GGD WEST-BRABANT,
waarvan de zetel is gevestigd te Breda,
28. GGD ZAANSTREEK-WATERLAND,
waarvan de zetel is gevestigd te Zaandam,
29. GEMEENSCHAPPELIJKE GEZONDHEIDSDIENST ZEELAND,
waarvan de zetel is gevestigd te Goes,
30. GENEESKUNDIGE GEZONDHEIDSDIENST ZUID-LIMBURG,
waarvan de zetel is gevestigd te Heerlen,
31. VEILIGHEIDSREGIO AMSTERDAM-AMSTELLAND,
waarvan de zetel is gevestigd te Amsterdam,
32. VEILIGHEIDSREGIO ROTTERDAM-RIJNMOND,
waarvan de zetel is gevestigd te Rotterdam,
33. GEMEENTE AMSTERDAM,
waarvan de zetel is gevestigd te Amsterdam,
34. GEMEENTE ROTTERDAM,
waarvan de zetel is gevestigd te Rotterdam,
advocaat mr. B.J.P.G. Roozendaal,
g e d a a g d e n .

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1.1.
In deze zaak is een mondelinge behandeling bepaald op
maandag 22 april 2024 van 9.30 uur tot 12.30 uur. Daarbij is de ontvankelijkheid van ICAM aan de orde.
1.2.
Uit de dagvaarding (nr. 654) blijkt dat ICAM een overeenkomst heeft gesloten met procesfinancier Liesker procesfinanciering (hierna: de procesfinancieringsovereenkomst).
1.3.
De rechtbank acht het voor de te nemen beslissingen over de ontvankelijkheid van ICAM van belang dat ICAM deze overeenkomst voorafgaand aan de zitting in het geding brengt. Zij zal ICAM daartoe op grond van het bepaalde in artikel 22 Rv Pro een bevel geven.
De procesfinancieringsovereenkomst dient zonder onleesbaar gemaakte delen aan de rechtbank te worden overgelegd, inclusief bijlagen. Daarbij verlangt de rechtbank ook een bevestiging dat de aldus verstrekte stukken alle afspraken bevatten tussen de ICAM en haar procesfinancier.
In de aan gedaagden ter beschikking te stellen afschriften van de procesfinancieringsovereenkomst mag ICAM desgewenst het voor haar beschikbare budget onleesbaar maken.

BESLISSING

De rechtbank:
  • beveelt ICAM om de in de dagvaarding (nr. 654) genoemde procesfinancieringsovereenkomst in het geding te brengen op de wijze zoals hiervoor onder 1.3 vermeld,
  • houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel en in het openbaar uitgesproken op
7 februari 2024.