Uitspraak
beslissing
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De feiten
3.Het wrakingsverzoek
a) het door de rechter niet accepteren van stukken/verweer van [verzoeker] ;
4.De reactie van de rechter
5.De beoordeling
20 september 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak verzocht [verzoeker], exploitant van een tandartspraktijk, om wraking van de rechter die betrokken was bij een kort geding over ontruiming wegens huurachterstand. [Verzoeker] baseerde zijn verzoek op het niet accepteren van stukken, het niet respecteren van de verhinderdata van zijn advocaat en vermeende oneerlijke behandeling met beledigende opmerkingen.
De wrakingskamer onderzocht het verzoek op grond van artikel 36 Wetboek Pro van Rechtsvordering en stelde vast dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn. Het verzoek is alleen succesvol bij bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid opleveren. De kamer concludeerde dat het niet respecteren van verhinderdata en het ontbreken van de gemachtigde bij de zitting geen grond voor wraking vormen.
Verder bleek uit de griffiersaantekeningen en de reactie van de rechter dat er geen stukken geweigerd zijn en dat de rechter begrip toonde voor de situatie van [verzoeker]. De vermeende beledigende opmerkingen konden niet worden vastgesteld. De wrakingskamer oordeelde dat de subjectieve vrees van [verzoeker] voor partijdigheid niet objectief gerechtvaardigd was.
De wrakingskamer wees het verzoek tot wraking af en bepaalde dat de procedure in het kort geding wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.