Eiseres, werkzaam als [functie] bij een werkgever in Leiden, werd sinds 31 oktober 2020 ziek gemeld vanwege long-covid klachten. Het UWV wees haar aanvraag voor een WIA-uitkering per 29 oktober 2022 af, stellende dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en 30 uur per week kon werken. Eiseres betwistte deze beoordeling en voerde aan dat haar beperkingen ernstiger zijn en dat het UWV onvoldoende rekening hield met haar medische situatie en de verklaringen van haar behandelaren en werkgever.
De rechtbank oordeelt dat het UWV onvoldoende gemotiveerd heeft waarom eiseres meer uren zou kunnen werken, vooral gezien de aard van long-covid klachten die niet altijd objectief meetbaar zijn en vaak vertraagd optreden. De medische rapportages van het UWV zijn weliswaar zorgvuldig opgesteld, maar missen een adequate motivering ten aanzien van de specifieke klachten en de verklaringen van derden over de belastbaarheid van eiseres.
De rechtbank stelt vast dat eiseres maximaal twaalf uur per week kan werken, wat ook wordt ondersteund door haar werkgever en de bedrijfsarts. Het UWV heeft ten onrechte aangenomen dat zij 24 tot 30 uur per week zou kunnen werken, zonder voldoende rekening te houden met het ontbreken van thuiswerkfaciliteiten en de extra belasting van een andere functie of omgeving.
Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het UWV opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.