ECLI:NL:RBAMS:2024:5883

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 september 2024
Publicatiedatum
24 september 2024
Zaaknummer
C/13/749105 / HA ZA 24-333
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 93 RvArt. 71 lid 2 RvArt. 8 lid 4 Wet griffierechten burgerlijke zaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing civiele zaak met huurrechtelijke aspecten naar afdeling kantonrechter

In deze civiele procedure tussen eiser en Lloyd's ACS Historeal B.V. tegen gedaagde heeft de rechtbank Amsterdam de zaak beoordeeld op haar samenhang met huurrecht.

De procedure omvatte onder meer een dagvaarding, conclusies van antwoord, producties van beide partijen en een tussenvonnis waarin een mondelinge behandeling was bepaald. Later werd de mondelinge behandeling geannuleerd en is de zaak ambtshalve door de rechtbank verwezen naar de afdeling kanton.

De reden voor verwijzing is dat de zaak mede betrekking heeft op de vraag of sprake is van een huurovereenkomst. Volgens artikel 93 Rv Pro is de beoordeling van huurgeschillen voorbehouden aan de kantonrechter. De rechtbank wijst partijen erop dat zij in de vervolgprocedure geen advocaat meer hoeven te gebruiken en dat het griffierecht zal worden verlaagd en teruggestort.

De verwijzing vindt plaats op 4 oktober 2024, met een rolzitting gepland op 10.00 uur. Het vonnis is uitgesproken door rechter J. Huber en griffier M.A.A. van Achterberg op 25 september 2024.

Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar de afdeling kanton van de rechtbank Amsterdam vanwege huurrechtelijke aspecten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/749105 / HA ZA 24-333
Vonnis van 25 september 2024
in de zaak van

1.[eiser] en

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
LLOYD'S ACS HISTOREAL B.V.,
wonende en gevestigd te [woonplaats] ,
eisende partijen (hierna: [eiser] en Lloyd's),
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij (hierna: [gedaagde] ),
advocaat: mr. N.J.M. Beelaerts van Blokland.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 maart 2024 met producties,
- de conclusie van antwoord met producties,
- het tussenvonnis van 26 juni 2024 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte overlegging producties 23 tot en met 30 van [eiser] en Lloyd's,
- de akte overlegging producties 8 tot en met 16 van [gedaagde] ,
- het e-mailbericht van de rechtbank van 17 september 2024 dat de geplande mondelinge behandeling geen doorgang zal vinden en waarin is aangekondigd dat de zaak naar de afdeling kanton zal worden verwezen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank verwijst de zaak naar de afdeling kanton van deze rechtbank, omdat de zaak mede betrekking heeft op de vraag of sprake is van een huurovereenkomst. De beoordeling van zaken betreffende huurovereenkomsten, waaronder ook zaken vallen waarin het bestaan (of de authenticiteit) van een huurovereenkomst wordt betwist, is voorbehouden aan de kantonrechter. Dit volgt uit artikel 93 aanhef Pro en onder c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Op grond van artikel 71 lid 2 Rv Pro kan de rechtbank de zaak ambtshalve verwijzen naar de afdeling kanton.
3. De beslissing
De rechtbank
3.1.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, op
vrijdag 4 oktober 2024om 10.00 uur,
3.2.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,
3.3.
wijst partijen erop dat het in de procedure geheven griffierecht op grond van artikel 8 lid 4 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken zal worden verlaagd en dat het teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Huber, rechter, bijgestaan door mr. M.A.A. van Achterberg, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2024.