Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[gedaagde] ,
1.De verzoeken tot verbetering en aanvulling
Gelet op hetgeen ter zitting is besproken zullen de vorderingen wel worden toegewezen onder de opschortende voorwaarde dat betalingen door [gedaagden] aan de curator worden gereserveerd totdat daarover bij in kracht van gewijsde gegane uitspraak of vaststellingsovereenkomst is beslist.”In het verlengde daarvan is dezelfde opschortende voorwaarde in het dictum opgenomen. Daarom is geen sprake van een fout in de zin van artikel 31 Rv Pro. In het verlengde daarvan past ook de door de curator gewenste uitvoerbaarheid bij voorraad niet bij deze voorwaarde (bevattende een opschorting van de betalingsverplichting), zodat de rechtbank niet heeft verzuimd te beslissen over de gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraadverklaring.
2.De beoordeling
nietuitvoerbaar bij voorraad zou worden verklaard. De rechtbank heeft evenwel verzuimd op dit punt in het dictum een beslissing te nemen. Anders dan van de zijde van [gedaagden] wordt betoogd, volgt die afwijzing dus niet uit de bewoordingen in het dictum onder 5.3 waarin staat ‘wijst het meer of anders gevorderde af’. Er is hier sprake van een situatie als bedoeld in de uitspraak van de Hoge Raad van 10 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2465. De rechtbank zal daarom alsnog op dit punt een beslissing nemen.
3.De beslissing
5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.”,