Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak vorderen twee erfgenamen dat zij zonder medewerking van de derde erfgenaam de woning uit de nalatenschap mogen verkopen. De derde erfgenaam wil de woning zelf overnemen en is bereid mee te werken aan de verdeling. De erflater is in 2020 overleden en de nalatenschap bestaat onder meer uit een woning die verdeeld moet worden.
De twee erfgenamen zijn het niet eens met de wijze van verkoop en willen de woning aan een derde verkopen, terwijl de derde erfgenaam de woning zelf wil kopen. Er is een procedure geweest waarbij de executeur is ontslagen en een notaris is benoemd, maar de verkoop is nog niet afgerond. De rechtbank overweegt dat uitsluiting van een erfgenaam alleen mogelijk is als deze weigert mee te werken, wat hier niet het geval is.
De rechtbank stelt vast dat de derde erfgenaam bereid is mee te werken en dat er geen andere biedingen zijn gedaan. De vordering van de twee erfgenamen wordt daarom als prematuur afgewezen. De rechtbank adviseert een taxatie van de woning om de waarde vast te stellen en wijst de proceskosten toe aan de derde erfgenaam.
Uitkomst: De vordering van twee erfgenamen tot uitsluiting van de derde erfgenaam bij verkoop van de woning wordt afgewezen wegens prematuriteit.