ECLI:NL:RBAMS:2024:609

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 februari 2024
Publicatiedatum
7 februari 2024
Zaaknummer
1316120123
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 12 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLW
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering overlevering op grond van onvoldoende verzetgarantie bij Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uit Frankrijk gericht op de overlevering van een persoon voor de uitvoering van een vrijheidsstraf van vijf jaar. De opgeëiste persoon, met de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit, was niet persoonlijk verschenen bij het proces in Frankrijk dat tot het vonnis leidde. Volgens artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW) mag overlevering in dat geval slechts plaatsvinden als een verzetgarantie is gegeven.

De rechtbank constateerde dat de verzetgarantie in het EAB niet voldeed aan de wettelijke eisen, omdat niet was gegarandeerd dat het vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zou worden betekend en dat zij geïnformeerd zou worden over de termijnen voor verzet of hoger beroep. Hierdoor was sprake van een weigeringsgrond op grond van artikel 12 OLW Pro.

Daarnaast was de wettelijke beslistermijn voor de behandeling van het overleveringsverzoek verstreken, waardoor geen wettelijke grondslag meer bestond voor gevangenhouding. Het verzoek werd ondanks het verstreken termijn behandeld, maar de rechtbank zag geen aanleiding om af te zien van de weigeringsgrond.

De rechtbank benadrukte dat het lange tijdsverloop sinds de uitvaardiging van het EAB de Franse autoriteiten voldoende gelegenheid had geboden om de verzetgarantie te verbeteren, maar dat dit niet was gebeurd. Gelet hierop en het ontbreken van voldoende waarborgen voor de verdedigingsrechten, werd de overlevering geweigerd. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering wegens het ontbreken van een afdoende verzetgarantie en het verstreken van de beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/161201-23 (oud: 13/751070-13)
RK nummer: 14/190
Datum uitspraak: 1 februari 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 8 januari 2014 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 25 september 2013 door de
Public Prosecutor of Bobigny, Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1977,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft – na een eerdere behandeling op de zitting van 28 februari 2014 – met toestemming in een gewijzigde samenstelling plaatsgevonden op de zitting van 18 januari 2024, in aanwezigheid van mr. M. Al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door haar raadsman, mr. R. Malewicz, advocaat in Amsterdam.
De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de wettelijke termijn waarbinnen de rechtbank op basis van de OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, is verstreken. [2] Dit ontslaat de rechtbank niet van haar verplichting om op het overleveringsverzoek te beslissen. Het betekent echter wel dat geen wettelijke grondslag meer bestaat voor gevangenhouding. [3]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een
judgement of the Regional Court of Bobignyvan
1 september 2004 en referentienummer 0334221019.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van vijf jaren. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [4]
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.
Op grond van artikel 12, sub d, OLW mag de rechtbank in dit geval de overlevering niet weigeren, als de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld dat:
(i) het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis en
(ii) de opgeëiste persoon wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft in onderdeel d) van het EAB het volgende verklaard:

The person concerned will be able to make opposition of the judgement. In this case the initial judgement will be destroyed and he will be again judged for the facts. In addition he will be presented to a judge (liberty and custody judge) which will decide if the person concerned will remain or not held until the new audience, in the arrest warrant basis.
De rechtbank stelt vast dat in de geboden verzetgarantie niet is vermeld dat het vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend. Evenmin is vermeld dat de opgeëiste persoon wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen zij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen.
Naar het oordeel van de rechtbank voldoet deze verklaring hiermee niet aan de eisen van artikel 12, sub d, OLW zodat sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.
Zoals onder punt 1 is overwogen, is de beslistermijn verstreken. Gelet hierop is aanhouding van de behandeling van het EAB, om een verzetgarantie van de Franse autoriteiten te verkrijgen die afdoende is in het kader van artikel 12 OLW Pro, niet meer mogelijk. Bij gebreke van nadere gegevens kan daarom niet worden vastgesteld of de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon in dit geval bij overlevering voldoende zullen zijn gewaarborgd. De rechtbank is van oordeel dat gelet op het voorgaande de overlevering op grond van
artikel 12 OLW Pro dient te worden geweigerd, nu niet kan worden vastgesteld of de overlevering niet een schending inhoudt van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon.
De rechtbank voegt daaraan toe dat de behandeling van het EAB op de zitting van 28 februari 2014 is aangehouden en – zonder dat daarvoor een goede reden bestaat – pas op de zitting van 18 januari 2024 weer is behandeld. Het Internationaal Rechtshulp Centrum van het Openbaar Ministerie heeft kort voorafgaand aan deze zitting aanvullende vragen gesteld over de geldigheid van de eerder verstrekte terugkeergarantie en detentiegarantie. Ook de raadsman heeft voorafgaand aan deze zitting meermalen contact opgenomen met de uitvaardigende justitiële autoriteit. De uitvaardigende justitiële autoriteit wordt daarom geacht op de hoogte te zijn van het lange tijdsverloop sedert de uitvaardiging van het EAB. Daarbij is zij afdoende in de gelegenheid gesteld om na te gaan of het EAB nog voldoet aan de op dit moment geldende regels en eventuele zorgen over mogelijke weigeringsgronden weg te nemen.

4.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd.

5.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 12 Overleveringswet.

6.Beslissing

WEIGERTde overlevering van
[opgeëiste persoon] ,aan
the Public Prosecutor of Bobigny, Frankrijk, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. Ch.A. van Dijk en M.C.M. Hamer, rechters,
in tegenwoordigheid van E.A. Harland, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 1 februari 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22 OLW Pro.
3.De termijn van vrijheidsbeneming (en mogelijkheden tot verlenging daarvan) moeten in samenhang worden bezien met de wettelijke beslistermijn.
4.Zie onderdeel e) van het EAB.