ECLI:NL:RBAMS:2024:6326

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 oktober 2024
Publicatiedatum
17 oktober 2024
Zaaknummer
C/13/758078 / HA ZA 24-1145
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 404 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rolbeslissing over voortzetting procedure na tussentijds cassatieberoep in civiele zaak

In deze civiele procedure tussen de stichting The Privacy Collective (TPC) en meerdere gedaagden, waaronder Oracle en Salesforce, heeft het hof bij arrest van 24 september 2024 de zaak terugverwezen naar de rechtbank. TPC verzocht om spoedige voortzetting van de procedure, maar de gedaagden stelden dat vanwege het toegestane tussentijdse cassatieberoep de procedure moet worden opgeschort of op de parkeerrol geplaatst.

De rechtbank overweegt dat het cassatieberoep schorsende werking heeft op de procedure, ook op verdere proceshandelingen na terugverwijzing. Omdat de ontvankelijkheid van TPC afhankelijk is van de uitkomst van het cassatieberoep, acht de rechtbank voortzetting van de procedure op dit moment in strijd met de goede procesorde.

Daarom wordt de zaak op 23 oktober 2024 weer op de rol geplaatst, maar direct verwezen naar de parkeerrol van 2 april 2025. Verdere beslissingen worden aangehouden totdat het cassatieberoep is afgerond. Afhankelijk van de uitkomst kan de procedure worden voortgezet of worden doorgehaald.

Deze rolbeslissing waarborgt een ordentelijke procesgang en voorkomt onnodige proceshandelingen zolang de ontvankelijkheid van TPC onzeker is.

Uitkomst: De procedure wordt geschorst en de zaak verwezen naar de parkeerrol in afwachting van de uitkomst van het cassatieberoep.

Uitspraak

rolbeslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/758078 / HA ZA 24-1145

Rolbeslissing van 23 oktober 2024

in de zaak van
de stichting
THE PRIVACY COLLECTIVE,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
advocaat mr. Chr.A. Alberdingk Thijm te Amsterdam,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ORACLE NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Utrecht,
advocaat mr. M.H. de Boer te Amsterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SFDC NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
advocaat mr. G.H. Potjewijd te Amsterdam,
3. de rechtspersoon naar buitenlands recht
ORACLE CORPORATION,
gevestigd te Austin (Verenigde Staten van Amerika),
advocaat mr. M.H. de Boer te Amsterdam,
4. de rechtspersoon naar buitenlands recht
ORACLE AMERICA, INC.,
gevestigd te Redwood Shores (Verenigde Staten van Amerika),
advocaat mr. M.H. de Boer te Amsterdam,
5. de rechtspersoon naar buitenlands recht
SALESFORCE.COM, INC.,
gevestigd te San Francisco (Verenigde Staten van Amerika),
gedaagde partijen,
advocaat mr. G.H. Potjewijd te Amsterdam.
Eiseres wordt hierna TPC genoemd. Gedaagden sub 1, 3 en 4 worden hierna gezamenlijk Oracle genoemd. Gedaagden sub 2 en 5 worden hierna gezamenlijk Salesforce genoemd.

ProcesverloopDeze zaak is de zaak door het hof bij arrest van 24 september 2024 naar de rechtbank terugverwezen.

TPC heeft verzocht de zaak weer op de rol te plaatsen en op korte termijn een regiezitting te plannen over de voortzetting van de procedure.
Oracle heeft hierop gereageerd bij brief van 9 oktober 2024. Zij meent dat het geen zin heeft om het verzoek van TPC te honoreren en dat het juist wenselijk is dat de rechtbank de procedure aanhoudt dan wel op de parkeerrol plaatst.
Salesforce heeft zich bij brief van 9 oktober 2024 verzet zich tegen het verzoek van TPC en vraagt de rechtbank (i) de zaak niet te heropenen totdat een definitieve beslissing is gewezen over de ontvankelijkheid van TPC, althans (ii) de zaak in de tussentijd op de parkeerrol te plaatsen.
Beide gedaagden wijzen erop dat het hof tussentijds cassatieberoep heeft toegestaan. Zowel Oracle als Salesforce hebben aangekondigd cassatieberoep te zullen instellen. Zij beroepen zich beide op artikel 404 Rv Pro en de goede procesorde.
Vervolgens is de zaak naar de rol van heden verwezen voor rolbeslissing voortzetting procedure.

Beoordeling

Na terugverwijzing kan een zaak weer bij de rechtbank worden opgebracht. De rechtbank kan dat niet weigeren. De rechtbank heeft de zaak dan ook weer op de rol geplaatst, nadat deze door TPC was opgebracht.
De rechtbank zal de zaak naar de parkeerrol van 2 april 2025 verwijzen, ervan uitgaand dat gedaagden althans een van beide gedaagden zoals aangekondigd cassatieberoep instellen dan wel instelt tegen het arrest van het hof. Dit op de volgende gronden.
Uit artikel 404 Rv Pro volgt dat het cassatieberoep schorsende kracht heeft. Deze schorsing betreft niet alleen veroordelingen (die in dit geval ontbreken), maar ook verdere procedurestappen (“exécution par suite d’instance”), zoals in dit geval na terugverwijzing aan de orde zouden zijn, onder andere het benoemen van een exclusieve belangenbehartiger en opt in en opt out.
Omdat van de uitkomst van het cassatieberoep zal afhangen of TPC ontvankelijk is, verzet de goede procesorde zich bovendien op dit moment tegen voortzetting van de procedure. Alle verdere proceshandelingen zouden immers geheel overbodig zijn als TPC niet ontvankelijk blijkt te zijn.
Mocht na afloop van de cassatietermijn blijken dat geen van gedaagden cassatieberoep heeft ingesteld, dan kan TPC voortzetting van de procedure vragen. De rechtbank zal dan bij rolbeslissing beslissen over de wijze waarop de procedure wordt voortgezet.
Als in het door gedaagden of een van hen ingestelde cassatieberoep wordt beslist dat TPC ontvankelijk is in haar vorderingen, kan TPC verzoeken de zaak weer voort te zetten; ook dan zal de rechtbank een rolbeslissing geven over de wijze waarop de procedure wordt voortgezet.
Als in het door gedaagden of een van hen ingestelde cassatieberoep wordt beslist dat TPC niet ontvankelijk is in haar vorderingen, kunnen Oracle en Sale Force dat aan de rechtbank laten weten en zal de zaak op die grond worden doorgehaald.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Beslissing

De rechtbank
- verwijst de zaak naar de parkeerrol van
2 april 2025,
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.C. Jongeneel en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2024. [1]

Voetnoten

1.type: