Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[veroordeelde],
Feiten
Procedure
Vordering van het Openbaar Ministerie
Standpunt van veroordeelde
Beoordeling
Beslissing
365 dagenen wijst de vordering voor het overige af.
Rechtbank Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam legde aan veroordeelde een ontnemingsmaatregel op van € 24.493.121,78, waarvan een groot deel nog openstaat. De officier van justitie vorderde machtiging tot gijzeling wegens niet-nakoming van deze betalingsverplichting.
De rechtbank behandelde de zaak in meerdere zittingen en concludeerde dat veroordeelde onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van betalingsonmacht. Veroordeelde stelde geen vermogen meer te hebben en alleen te leven van een klein pensioen en AOW, maar de rechtbank vond zijn financiële informatie onvolledig en onbetrouwbaar, mede gelet op FIU-meldingen en aanwijzingen van verborgen vermogen. Ook toonde veroordeelde onvoldoende medewerking aan de uitwinning van beslag.
De rechtbank oordeelde dat veroordeelde onwillig is om te betalen en onvoldoende meewerkt aan afwikkeling van het beslag. De vordering tot machtiging gijzeling werd daarom toegewezen voor de duur van 365 dagen, met de mogelijkheid voor veroordeelde alsnog tot een reële betalingsregeling te komen. De beslissing is onherroepelijk.
Uitkomst: De rechtbank machtigt gijzeling voor 365 dagen wegens betalingsonwil van de ontnemingsmaatregel.