ECLI:NL:RBAMS:2024:6557

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 oktober 2024
Publicatiedatum
28 oktober 2024
Zaaknummer
13/247799-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLW
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens witwassen

De rechtbank Amsterdam heeft op 23 oktober 2024 uitspraak gedaan over een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Kantongerecht Bonn (Duitsland) voor witwassen, een lijstfeit onder de Overleveringswet. De opgeëiste persoon, die de Nederlandse nationaliteit bezit, verscheen ter zitting en werd bijgestaan door zijn raadsman.

De rechtbank stelde vast dat het EAB voldoet aan de formele eisen en dat de feiten strafbaar zijn volgens de Nederlandse wetgeving, waardoor een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege blijft. De opgeëiste persoon beroept zich op de garantie dat hij bij veroordeling zijn straf in Nederland mag ondergaan, wat door de Duitse autoriteiten is bevestigd.

De raadsman verzocht om aanhouding van de procedure vanwege de psychische gesteldheid van de opgeëiste persoon en het verzoek om verhoor in Nederland. De rechtbank wees dit verzoek af, stellende dat de medische situatie geen weigeringsgrond vormt voor overlevering en dat dit eventueel bij de feitelijke overlevering kan worden meegenomen.

De rechtbank concludeerde dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn en dat de overlevering aan Duitsland kan worden toegestaan met de gegeven garanties. De uitspraak is onherroepelijk en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe onder de garantie dat de straf in Nederland kan worden uitgevoerd.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/247799-24
Datum uitspraak: 23 oktober 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 5 augustus 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 18 juni 2024 door het Kantongerecht (Amtsgericht) Bonn (Duitsland) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Kameroen) op [geboortedag] 1968,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 9 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J. Woltring, advocaat in Haarlem.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van het Kantongerecht (Amtsgericht) Bonn (Duitsland) van 10 augustus 2023, dossiernummer: 705 Ds 400/23.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid, feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 9, te weten:
witwassen van opbrengsten van misdrijven.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
De
Chief Senior Prosecutor in Bonnheeft de volgende garantie gegeven:
"It is assured that, in the event of a final conviction in the Federal Republic of Germany, the prosecuted person will be returned to the Kingdom of the Netherlands tor further execution of the sentence on the basis of the current version of Council Framework Decision 2008/909/JHA of 27 November 2008 on the application of the principle of mutual recognition to judgments in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union (L 327, 5.12.2008, page 27)."
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6.Overige verweren

De raadsman heeft verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden, zodat kan worden onderzocht of de opgeëiste persoon door de Duitse autoriteiten in Nederland kan worden verhoord. Gelet op de psychische gesteldheid van de opgeëiste persoon, zal overlevering zwaar voor hem zijn.
De officier van justitie heeft zich verzet tegen aanhouding, omdat het EAB nog steeds van kracht is en Duitsland dus overlevering wenst. De officier van justitie heeft daaraan toegevoegd dat met toestemming van de opgeëiste persoon zijn medische informatie kan worden gedeeld met de Duitse autoriteiten, zodat daar rekening mee kan worden gehouden bij zijn detentie.
De rechtbank overweegt dat de medische situatie van de opgeëiste persoon op zichzelf geen weigeringsgrond vormt die aan de toelaatbaarheid van de overlevering in de weg staat. Een en ander kan eventueel in het kader van de feitelijke overlevering (artikel 35, derde lid, OLW) een rol (gaan) spelen. De rechtbank wijst het aanhoudingsverzoek daarom af.

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 Overleveringswet.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het Kantongerecht (Amtsgericht) Bonn voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.E.M. James - Pater, voorzitter,
mrs. R.A. Sipkens en E. de Rooij, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S. van Gerven griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 23 oktober 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.