Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2024:6594

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 oktober 2024
Publicatiedatum
29 oktober 2024
Zaaknummer
13/266654-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 OLWArt. 23 OLWArt. 22 OLWArt. 466 Roemeens Wetboek van StrafvorderingArt. 467 Roemeens Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank weigert overlevering op grond van onvoldoende verzetgarantie bij Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 15 oktober 2024 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Roemeense justitiële autoriteit, gericht op de overlevering van een persoon veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar. De opgeëiste persoon was niet verschenen bij het proces in Roemenië dat tot het vonnis leidde.

Op grond van artikel 12 van Pro de Overleveringswet kan overlevering worden geweigerd indien de verdachte niet is verschenen bij het proces, tenzij aan bepaalde voorwaarden is voldaan. De rechtbank stelde vast dat geen van de uitzonderingen van artikel 12 onder Pro a tot en met c van toepassing was en dat de opgeëiste persoon onvoldoende garantie heeft op een hernieuwde behandeling van zijn strafzaak in Roemenië.

De rechtbank baseerde dit oordeel op aanvullende informatie waaruit bleek dat de verzetgaranties uit het Roemeense Wetboek van Strafvordering niet onvoorwaardelijk zijn. Omdat de opgeëiste persoon formeel op de terechtzitting was opgeroepen, bestaat geen garantie op een hernieuwde behandeling. Hierdoor is de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro van toepassing en wordt de overlevering geweigerd.

Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De beslissing is genomen door de rechtbank Amsterdam op 29 oktober 2024.

Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering van de opgeëiste persoon aan Roemenië wegens onvoldoende garantie op verzet tegen de veroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/266654-24
Datum uitspraak: 29 oktober 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 28 augustus 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 6 januari 2022 door
the Bucharest Court-First Criminal Division, Roemenië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] , Roemenië op [geboortedag] 1981,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting van 15 oktober 2024
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 15 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N.C. Reehuis, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Roemeense taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
Opheffing overleveringsdetentie op 17 oktober 2024
De rechtbank heeft bij beslissing van 17 oktober 2024, naar aanleiding van het beraad in raadkamer, de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon opgeheven.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van 3 december 2021 van
the Bucharest Court-First Criminal Division(case no. 6678/3/2021).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

De facultatieve weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro ziet op de toetsing van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon in de procedure die ten grondslag ligt aan het EAB. In dit artikel is bepaald dat overlevering kan worden geweigerd wanneer de opgeëiste persoon niet is verschenen op het proces dat tot de beslissing heeft geleid, tenzij zich een van de in dat artikel onder a tot en met d genoemde omstandigheden voordoet.
De raadsvrouw en de officier van justitie hebben zich op het standpunt gesteld – kort samengevat – dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro kan worden toegepast en dat er geen redenen zijn om af te zien van toepassing van deze weigeringsgrond.
De rechtbank oordeelt in overeenstemming met de standpunten van de raadsvrouw en officier van justitie en licht dit als volgt toe.
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat – kort gezegd – is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, onder a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.
Verder is in het EAB aangeduid dat de opgeëiste persoon verzet of hoger beroep zou kunnen aantekenen tegen het vonnis, zoals bedoeld in artikel 12, onder d, van de OLW.
Uit aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 1 oktober 2024 blijkt dat een veroordeelde persoon in Roemenië verzet kan aantekenen en dat daarbij de artikelen 466 en 467 van het Roemeense Wetboek van Strafvordering van toepassing zijn.
Aangezien de rechtbank in eerdere Roemeense overleveringszaken had geoordeeld dat verzetgaranties op grond van deze bepalingen uit het Roemeense Wetboek van Strafvordering niet onvoorwaardelijk zijn, heeft de officier van justitie daar navraag naar gedaan. Bij brief van 8 oktober 2024 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit daarop nadere informatie verstrekt. Hieruit volgt dat – hoewel in het EAB is meegedeeld dat de opgeëiste persoon een verzoek kan indienen voor een hernieuwde behandeling van zijn strafzaak – het niet vaststaat dat hij ook daadwerkelijk in aanmerking komt voor een hernieuwde behandeling. Mocht de rechtbank in Roemenië namelijk van oordeel zijn dat de opgeëiste persoon niet bij verstek is veroordeeld in de zin van het tweede lid van artikel 466 van Pro het Roemeense Wetboek van Strafvordering (in absentia), dan kan het verzoek niet worden toegewezen. In het tweede lid is te lezen dat van een veroordeling bij verstek slechts sprake is als – kort gezegd – de verdachte niet is gedagvaard en niet op een formele wijze van de terechtzitting op de hoogte is gebracht. Uit de verstrekte informatie volgt dat de opgeëiste persoon wel op een formele wijze van de terechtzitting op de hoogte is gebracht. Dit maakt dat een hernieuwde behandeling van de strafzaak niet is gegarandeerd.
Gelet op het voorgaande is evenmin een (voldoende) garantie als bedoeld in artikel 12, onder d, OLW is verstrekt.
Gelet daarop kan de overlevering op grond van artikel 12 OLW Pro worden geweigerd.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Niet gebleken is dat het toestaan van de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon zou betekenen.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

Artikel 12 OLW Pro.

7.Beslissing

WEIGERTde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Bucharest Court-First Criminal Division, Roemenië.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. A.K. Glerum en H.H.J. Zevenhuijzen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 29 oktober 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.