AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Weigering van overlevering op grond van artikel 12 Overleveringswet wegens ontbreken nadere informatie
De rechtbank Amsterdam behandelde een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse justitiële autoriteit voor de overlevering van een persoon zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. Na een eerste zitting op 18 september 2024 en een tussenuitspraak op 2 oktober 2024, waarin het onderzoek werd geschorst wegens ontbrekende informatie, werd het onderzoek op 15 oktober 2024 voortgezet.
Tijdens de voortgezette zitting bleek dat de gevraagde nadere informatie van de uitvaardigende autoriteit ondanks herinneringen niet was ontvangen. De officier van justitie vroeg geen aanhouding van de beslissing aan, en de raadsman verzocht om een eindbeslissing. De rechtbank constateerde dat de beslistermijn op 18 oktober 2024 zou verlopen en dat aanhouding niet mogelijk was.
Gezien het ontbreken van de antwoorden en het verstrijken van de beslistermijn kon de rechtbank de beoordeling op grond van artikel 12 OLWPro niet uitvoeren. Om te voorkomen dat de opgeëiste persoon hiervan de dupe zou worden, besloot de rechtbank de overlevering te weigeren en de overleveringsdetentie op te heffen. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen wegens het ontbreken van noodzakelijke informatie.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/234499-24
Datum uitspraak: 17 oktober 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 23 juli 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 21 mei 2024 door the Circuit Court in Świdnica, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] , Polen, op [geboortedag] 1965,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1.Procesgang
Zitting op 18 september 2024
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 18 september 2024, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. T. Nieuwburg, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
Tussenuitspraak op 2 oktober 2024
De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 2 oktober 2024 het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd, omdat de rechtbank nadere informatie nodig had met het oog op de toetsing aan artikel 12 OLWPro.
Zitting op 15 oktober 2024
De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 15 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman en door een tolk in de Poolse taal.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3.Tussenuitspraak van 2 oktober 2024
De rechtbank heeft in de tussenuitspraak van 2 oktober 2024 in rubriek 3 de grondslag en inhoud van het EAB vastgesteld. Die overwegingen worden hier als herhaald en ingelast beschouwd. [3]
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLWPro
Op de zitting van 15 oktober 2024 heeft de officier van justitie toegelicht dat de in de tussenspraak gestelde vragen op 3 oktober 2024 zijn gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit en dat vanwege het uitblijven van de antwoorden op 11 oktober 2024 een herinnering is gestuurd. De officier van justitie heeft op de zitting van 15 oktober 2024 geconstateerd dat er nog steeds geen antwoorden waren ontvangen. Gelet op het ontbreken van de antwoorden en het verlopen van de beslistermijn heeft de officier van justitie niet om aanhouding verzocht en zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De raadsman heeft de rechtbank verzocht de zaak niet aan te houden om de antwoorden af te wachten en een eindbeslissing te nemen in deze zaak.
De rechtbank oordeelt als volgt.
De rechtbank heeft op de zitting van 15 oktober 2024 geconstateerd dat de (verlengde) beslistermijn op 18 oktober 2024 verloopt. Gelet hierop heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting op 15 oktober 2024 gesloten en bepaald dat op 17 oktober 2024 uitspraak wordt gedaan. Voor aanhouding om de antwoorden van de uitvaardigende justitiële autoriteit af te wachten, bood de beslistermijn geen ruimte. Hierbij was van belang dat gelet op de mededelingen van de officier van justitie op de zitting van 15 oktober 2024 niet de verwachting bestond dat de antwoorden op (zeer) korte termijn te verwachten waren.
De in de tussenuitspraak bedoelde vragen zijn gesteld in het kader van de beoordeling of de rechtbank zou afzien van weigering op grond van artikel 12 OLWPro. Door het ontbreken van antwoorden op de door de rechtbank gestelde vragen en door het verstrijken van de beslistermijn, kan de rechtbank die beoordeling niet meer uitvoeren. Omdat de opgeëiste persoon van een en ander niet de dupe mag worden, zal de rechtbank de overlevering weigeren.