ECLI:NL:RBAMS:2024:6698
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van openlijke geweldpleging tijdens vreedzame demonstratie
Op 13 juni 2024 vond een pro-Palestina demonstratie plaats op de Roetersstraat in Amsterdam waarbij verdachte zich aansloot. De demonstratie was vreedzaam en bestond uit een sit-in die het verkeer beperkte, maar de stoep vrijliet. Tijdens de demonstratie ontstonden confrontaties met een automobilist en fietsers, waaronder de aangever.
Verdachte werd beschuldigd van openlijke geweldpleging omdat hij een fietser zou hebben geduwd en diens fiets zou hebben gegooid. Het Openbaar Ministerie stelde dat de demonstratie niet vreedzaam was en eiste een gevangenisstraf van twee weken. De verdediging voerde aan dat verdachte handelde binnen het recht op demonstratie en dat hij uit noodweer handelde.
De politierechter oordeelde dat de demonstratie vreedzaam was en bescherming geniet onder artikel 11 EVRM Pro. De gedragingen van verdachte, waaronder het duwen van de fietser en het wegduwen van diens fiets, vielen niet onder geweldshandelingen zoals bedoeld in artikel 141 Strafrecht Pro. Gezien de context en richtlijnen van internationale organisaties werd het gedrag restrictief geïnterpreteerd. Verdachte werd vrijgesproken omdat openlijke geweldpleging niet bewezen kon worden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van openlijke geweldpleging tijdens een vreedzame demonstratie.